De Mandela in mijzelf

Toen ik in groep 8 zat, hadden we het op een zonnige maandagmorgen in ons kringgesprek over helden. “Wie is jullie grote voorbeeld?” vroeg onze meester. Ik hoorde de namen Dennis Bergkamp, Britney Spears en Katja Schuurman vallen en vroeg me af of ik misschien ook een sportheld of popster moest noemen.

Ik vond dat als 11-jarige wijsneus een beetje triest. Bergkamp, Spears, wat hadden die nou bereikt? Ik wilde een andere naam noemen, iemand kiezen die echt wat had betekend. Dus toen het mijn beurt was, floepte ik de naam “Nelson Mandela’ er uit.

Ik moet heel eerlijk zijn; ik geloof niet dat ik de man echt kende. Maar ik had mijn ouders wel eens horen praten over een land in Afrika waar donkere mensen een lange tijd als ‘minder’ werden gezien en dat er een man was die daartegen had gevochten: Nelson Mandela.

Slachtoffer
Dat verhaal was blijven hangen. Ik snapte die man namelijk wel. Ik vond het idee van apartheid maar raar en gemeen. En ik vond het helemaal gemeen dat Mandela voor zijn strijd de gevangenis in moest. Eigenlijk maakte ik als 11-jarig meisje een soort slachtoffer van hem.

Ik begreep toen echter nog niet wat ik nu wel begrijp. Nu hij is overleden en zijn levensverhaal overal wordt beschreven en benoemd, snap ik dat Nelson Mandela helemaal geen slachtoffer was. En juist dat maakte hem zo groots. Dat 11-jarige meisje had helemaal gelijk, terwijl ze er eigenlijk niets van begreep.

Want Mandela is inderdaad een held, maar vooral omdat hij weigerde te buigen. Hij weigerde toe te geven aan de meningen en principes van zijn zogenoemde tegenstanders. Hij bleef zijn geduld en strijdlust bewaren om te vechten voor gelijkwaardigheid. Voor een hoger doel. Voor acceptatie van de donkere medemens.

Heilige held
Maar Mandela is wat mij betreft vooral een held omdat hij niet alleen in zijn hoofd weigerde te zwichten, maar vooral ook niet in zijn hart. Hij liet zijn hart niet vergiftigen door de haat van zijn zogenoemde tegenstanders.
Hij bleef liefhebben. En vanuit die liefde streefde hij naar acceptatie van de donkergekleurde mens. Nou ja, eigenlijk transformeerde hij de woorden ‘acceptatie’ tot een nog hoger goed. Hij streefde naar de eenheid van het hele Zuid-Afrikaanse volk. Blank en zwart. Geel, blauw, groen en rood.

Ik heb lang gedacht dat hij daarvoor over een enorme schaduw heen moest stappen. Dat hij zichzelf dwong om te vergeven omdat hij dat hogere doel van eenheid wilde bereiken. En ik vond dat prachtig. Zo gedisciplineerd, zelfreflectief en doelmatig. Die vergevingsgezindheid maakte hem wat mij betreft heilig.

Maar nu ik al die beelden weer opnieuw heb gezien en veel van zijn uitspraken heb gelezen, vraag ik me steeds vaker af of hij wel heeft moeten vergeven. Het lijkt er soms op dat hij tien stappen verder was. Dat hij niet eens met zijn hand over zijn hart hoefde te strijken omdat hij nooit iemand iets kwalijk heeft genomen. Sterker nog, hij zag in dat hij niet degene was die het meeste heeft geleden, maar dat de blanke machthebbers dat zelf het meeste deden. Omdat zij gevangen zaten in haat, rancune en veroordeling.

Hij niet. Hij leefde vanuit liefde, eenheid en acceptatie en daardoor was hij gelukkiger dan zijn opponenten. Beroemd zijn de uitspraken: “Een mens die een ander mens van zijn vrijheid berooft, is een gevangene van de haat, opgesloten achter de tralies van vooroordelen en kleingeestigheid”. En: “Als iemand iets goeds doet, geef dan een compliment. Als iemand iets fouts doet, bied dan je hulp aan.”

Het mooiste eraan vind ik dat die wijsheden uit hemzelf kwamen. Ik verslind altijd per jaar tientallen boeken zoekend naar antwoorden op mijn eigen levensproblemen en terwijl ik dit schrijf, ligt er ook weer een boek op mijn bureau genaamd Wat zou Boeddha doen? Maar bij Mandela kwam het vanuit zijn eigen hart. Hij had vast niet eens boeken in de gevangenis.

Net als de Boeddha verwacht Mandela vast niet dat ik zijn wijsheden en leefregels naleef, maar dat ik die in mijzelf probeer te vinden. Wat hij en Boeddha met hem waarschijnlijk het liefste hebben is dat ik op zoek ga naar dat liefdevolle, verzoenende, strijdlustige deel in mij. Eigenlijk is het heel ironisch, Mandela, mijn grootste inspiratiebron heeft mij geleerd dat ik vooral niet naar hem moet luisteren.