Buitenlandse liefdes

Mijn grootste liefdes zijn Zuid-Europeanen. Twee Grieken en een Portugees. De Grieken zijn via een stichting naar Nederland gekomen, de Portugees heb ik zelf opgehaald.

Het is een zwarte korthaar. Ik had hem in een dorp in Alentejo zien struinen en was naar hem toegekomen. Maar schuchter als hij was, was-ie weggekropen, achter zijn vrienden aan. Ik was ook erg groot en had geen eten mee. De dag daarna zag ik hem weer, hij lag bij een meer, moederziel alleen. Rustig sloop ik op hem af en ging door mijn knieën. Daar heb ik zijn hart gewonnen. De dagen daarna bleef hij om me heen zwerven. Uiteindelijk heb ik hem maar meegenomen naar Nederland.

Die Zuid-Europeanen lijken grappig genoeg op elkaar. Die Portugees luistert net zo slecht als die Grieken. Misschien komt dat omdat hij me niet altijd kan verstaan. Naar onbekende mannen die bij mij in de buurt komen, blaft hij. En hij wil altijd maar met mij spelen.

18558841_10210879327431751_3193077601406572081_o

Maar die overeenkomst baart me ook zorgen. Die Grieken zijn al meerdere keren losgebroken tijdens het wandelen. Ik moet er niet aan denken dat mijn Portugees straks verdwijnt. Ziet hij een ander vrouwtje op zijn pad lopen en is-ie opeens verdwenen. Misschien moet ik hem voor de zekerheid ook maar wat edelmetaal geven met mijn naam erop. Om zijn vinger, dan blijft hij tenminste altijd bij mij.

Kaartverkoop van Start

Flyer_Anouk_INTERACTIEF2

Anouk Kragtwijk (29) staat maandagavond 25 september in Floralis lisse op de planken met haar eerste cabaretvoorstelling ‘Madam Tofu’. Jasper Swank begeleidt haar op de piano bij haar eigen liedjes.
Die gaan over haar lievelingskoe, de liefde, haar ouders, Lisse en vooral over de aarde. Ze stelt zichzelf de vraag: wie is er eigenlijk verantwoordelijk voor alle ellende op deze planeet? En dat allemaal met een dosis humor. Althans, dat is de bedoeling.

Kaartjes voor ‘Madam Tofu’ zijn te koop op www.floralislisse.nl en bij Grimbergen Boeken op de Heereweg in Lisse. Show is in samenwerking met Harddraverij Lisse.

Anouk won begin juni de Persoonlijkheidsprijs op het Utrechts Cabaret Festival, vlogt nu voor Libelle TV en schreef als journalist artikelen en columns voor Haarlems Dagblad en Leidsch Dagblad.

Ik ging nooit op voetbal

Ik ging nooit op voetbal.

Ik had het hele team van Ajax boven mijn bed hangen en ik kende alle namen. Winston Bogarde, Frank de Boer, Marc Overmars, Edgar Davids. De Champions League-finale keken we in de klas. Ik viel mijn klasgenootjes in de armen toen we wonnen. Ik had zelfs ooit een brief geschreven naar Patrick Kluivert en een kaart met handtekening teruggekregen. Schoolvoetval vond ik fantastisch. Ik was lang en sterk en beukte die ukkies zo het veld af. Maar ik ging nooit op voetbal.

Ik ging nooit naar de toneelschool om kleinkunst te studeren.

Ik zong onder de douche mijn zelfverzonnen tienerfrutsels en trad met knikkende knieën op, op het open podium van mijn middelbare school. Ik keek naar Hans Teeuwen, Youp van ’t Hek, Theo Maassen maar vond die allemaal wel erg grof. Ik kende de fijne grappen van Claudia de Breij, Yentl en de Boer, Kiki Schippers of Louise Korthals niet. Natuurlijk waren er ook vrouwelijke cabaretieres, maar ze kregen niet zo’n groot podium dat ik hen leerde kennen. Ik ging nooit naar de toneelschool om kleinkunst te studeren.

Ik ging nooit de politiek in.

Ik hou van debatteren. Ik hou ervan te strijden voor je idealen. Ik bleef net zo lang doorzeuren bij mijn familie met feiten en toonde zo vaak zielige plaatjes van dieren dat ze (deels) vegetariër werden. Ik hou ervan om de wereld te veranderen, om verantwoordelijkheid te nemen voor moeilijke onderwerpen. Op 10-jarige leeftijd keek ik hoe Rosenmöller en Kok met elkaar debatteerden voor de Tweede Kamerverkiezingen en ik bleef gefascineerd voor de tv hangen. Ik heb het debat uitgekeken, ook al was ik alleen thuis. Toch ging ik nooit de politiek in.

Ik ging op atletiek.

In 1992 won Ellen van Langen een gouden medaille op de 800 meter. Mijn moeder zat huilend op de bank. Mijn grote zus wilde meteen rondjes door de kamer rennen. In mijn tienerjaren legde ik al mijn energie in mijn atletiekcarrière. Ik trainde vier keer per week en deed in het weekend mee met wedstrijden. Ik zou de nieuwe Ellen van Langen van het hoogspringen worden, althans, dat wilde ik. Blessureleed voorkwam dat (en misschien wat gebrek aan talent). Maar ik ging op atletiek.

Ik ging journalistiek studeren.

Ik zag Sonja Barend en Clairy Polak geïnterviewden doorzagen. Ik zag ze vragen stellen die anderen niet stelden en antwoorden lospeuteren die mensen eigenlijk niet wilden geven. Ik zag ze invoelen en gasten op hun gemak stellen om hen belangrijke menselijke verhalen te laten vertellen die Nederland moest kennen. Ik ging journalistiek studeren.

Als je op cruciale momenten in je leven tegen mensen op kan kijken, maak je andere keuzes. Voorbeelden inspireren en zetten aan om jezelf te worden. Ze laten je in dingen geloven, laten je je eigen grenzen oprekken oftewel; maken je een rijker mens. In de 29 jaar die ik hier rondloop, waren al mijn voorbeelden vrouwen. Ja ik kan enorm veel ontzag hebben voor Jeroen Pauw, Maarten van Roozendaal, Frank de Boer (politicus wie jongens?;)) maar worden zoals zij, wilde ik nooit. Ik heb me nooit met hen geïdentificeerd.

Ik ging pas op mijn 27e cabaret studeren. Aan de cabaretopleiding, toen ik ontdekte dat Claudia de Breij, Louise Korthals en Kiki Schippers bestonden. En ik weet nog het moment dat ik in het theater zat en dacht ‘maar zo wil ik eigenlijk ook wel zijn’. Nu Marianne Thieme in de Tweede Kamer zit denk ik opeens ‘misschien zou ik dat ooit ook wel willen doen’. Als Eva Jinek op tv schittert, gaat mijn journalistenhart harder kloppen en droom ik van mooie vraaggesprekken. Als ik een boek van Susan Smit lees, hoop ik dat ik ooit ook met mijn woorden mensen kan betoveren.

Gisteravond zat er ergens in Nederland een meisje voor de tv dat ooit de nieuwe Lieke Martens zal zijn. Zondag inspireert Dafne Schippers hopelijk duizenden meisjes om op atletiek te gaan. Mijn wens is dat alle meisjes hun juiste voorbeeld mogen vinden en dat de maatschappij hen daarbij helpt. Dat niet alleen mannen het podium krijgen die ze natuurlijk ook verdienen. Misschien kunnen we daar ooit een Sire-reclame voor maken.

En ik hoop met heel mijn hart dat ik ooit een klein meisje mag inspireren om haar eigen talent te volgen.

fb_icon_325x325Volg mij op Facebook

Gezinsuitbreiding

Zij: ,,Ik ben nu bijna 29. We hebben een hypotheek, een baan. Ik ben eigenlijk wel toe aan een volgende stap.”

Hij: ,,Ik weet het niet, ik vind het nog wel gezellig met zijn tweetjes.”

Zij: ,,Met zijn drietjes is het nog gezelliger.”

Hij ,,Je geeft nogal wat vrijheid op.”

Zij: ,,Maar je krijgt er ook veel voor terug. Warmte, liefde.”

Hij: ,,Ja later ja. In het begin slapen ze heel veel.”

Zij: ,,Stel je gewoon voor. Zo’n klein wezentje in je armen.”

Hij: ,,We kunnen niet eens de planten in leven houden”

Zij: ,,Dit is wat anders.”

Hij: ,,O ja, wat weet je er dan van? Hoeveel slapen ze, eten ze, poepen ze? En stel dat je er zo eentje krijgt als van de buurvrouw. Die terroriseert de hele buurt.”

Zij: (Laat foto zien). ,,Kijk nou toch. Dit is toch schattig. Kijk hoe klein, maar perfect. Toe nou. Ik voel echt dat ik hier aan toe ben.”

Hij: ,,Zucht.”

Zij: ,,O en kijk die oren, die staan een beetje opzij.”

Hij: ,,Ja leuk ja.”

Zij: ,,Een beetje zoals jij ook hebt.”

Hij ,,Vind je dat ik flaporen heb?”

Zij: ,,Jouw oren staan je heel goed lieverd. Ze zijn heel authentiek gevormd.”

Hij: ,,Hij slaapt niet in onze kamer he? Ook niet als hij begint te huilen. Spreken we dat af?”

Zij: ,,Beloofd.”

Hij: ,,En hij gaat in het begin niet op de bank. Die is net nieuw, straks pist hij die onder.”

Zij ,,Oké. Ik ga op cursus. Ik wil wel dat hij zonder riem naar buiten kan. Anders is het zielig.”

Hij: ,,Vooruit.”

Zij: ,,Oooo lieverd. Fantastisch! Weet je wat het gekke is? Hij lijkt wel op jou. Niet alleen die oren, hij is net als jij een zwarte korthaar. Als je een hond zou zijn, zou je er zo uitzien.”

fb_icon_325x325Volg mij op Facebook

Hondjes aan de bomen

Er groeien hondjes aan de bomen in het Groenendaalse bos

Na wat weken rijpen,breken ze van de takken los

Dan gaan ze blaffend, stierend, piepend en met grote haast

Tussen de grote mooie huizen op zoek naar ’n nieuwe baas

Die geven koekjes en een bedje, aaien zacht over hun snuit 

Ze gooien klossen en wat ballen, boenen neuzen van de ruit

 

Eens in de zoveel tijd loopt er een hondje terug

Dan zoekt hij naar zijn boom en kromt daar een ronde rug

Heel secuur mikt hij zijn kontje, hij moet de wortels raken

Zo kan moeder van de mesthoop weer nieuwe hondjes maken

Achterop de fiets

,,Anouk, hoe zit ik achterop een fiets?”, vraagt mijn vriendje als ik in de tuin achter mijn computer zit. Hij gaat vanavond voetbal kijken in Amsterdam en slaapt daarna in het huis van een vriend, vijf kilometer verderop.  ’s Nachts om drie uur door de stad slenteren, is geen optie, hij moet daarom achterop.

Maar waar wij als Nederlanders eerder op een fiets zitten dan dat we kunnen lopen, hangen ze in Portugal tot hun 18e achterin een auto. Fietsen doen ze niet (Commentaar vriend: ,,Ja lekker makkelijk, het is hier helemaal plat. Als ik daar naar het centrum fiets, moet ik elke keer in 40 graden een soort Mont Ventoux  beklimmen. Bezweet als een otter kom ik dan aan.”).

Ze hebben wat gemist. Liefdes ontluiken op het bagagerek. De spanning in je buik als je bij die ene jongen achterop mag zitten, het vastpakken van zijn middel, zijn warme huid door de stof voelen, je hoofd net even te dicht op zijn billen en dan de hele rit veinzen dat je bijna valt, zodat je hem niet los hoeft te laten. Ik krijg er nog de kriebels van.

,,O ja, makkelijk. Dat kan iedereen”, zeg ik hem. ,,Pak eerst de heupen vast. Dan ren je even met de fiets mee en vervolgens spring je op de bagagedrager.” Ik doe in de lucht een sprongetje. Hij doet me na, althans een poging tot. Met twee benen zet hij af en maakt in de lucht een rare beweging.

De atletiektrainer van vroeger komt in mij naar boven. Ik schud mijn hoofd. ,,Nee, je moet wel met een been afzetten, anders kom je als een bom op de fietsendrager terecht.” Hij probeert het nog een keer, zet met het been naast de fiets af en draait zijn lichaam in een vreemde hoek. Ik kijk afkeurend en zucht. ,,Nee, andere been afzetten.” 

Nog een zucht. Nu van hem. ,,Misschien is het handiger als ik mijn fiets erbij pak. Je lichaam zal dan wel begrijpen wat ik bedoel.”, opper ik. Dat is niet alleen om hem op te vrolijken, ik denk ook echt dat het zo werkt.

Mijn vriendje rijdt zijn fiets uit de garage. Ik zwaai mijn been over het zadel. Hij neemt een aanloop, springt en komt zo hard neer dat ik de grip op het stuur verlies. Ik slinger met de fiets richting de bosjes en kan nog net mijn voeten op de vloer zetten om een botsing met de muur te voorkomen. Ik vloek in het Nederlands, hij in het Portugees, waar ik weer van schrik, dat betekent dat het echt menens is.

,,Misschien moet je vanavond toch maar gaan lopen.”

Winnaar Persoonlijkheidsprijs Utrechts Cabaret Festival

Hoezee! Zaterdagavond meegedaan aan het Utrechts Cabaret Festival in het Schiller Theater in Utrecht en de Persoonlijkheidsprijs gewonnen. Heel mooie en bruikbare feedback gekregen (zit niet elke keer aan je haar mens!). Uit het juryrapport:

De 28-jarige Kragtwijk uit Lisse wordt geroemd om haar “mooie, country-achtige stem, haar volle overgave en humorvolle wijze waarop zij haar zorgen voor het milieu uiteenzet.”

Hella de Boer won (terecht) het festival. Leuk feitje: er deden twee vrouwen mee.

19055727_644331849106528_8349877688002079461_o