Buitenlandse liefdes

Mijn grootste liefdes zijn Zuid-Europeanen. Twee Grieken en een Portugees. De Grieken zijn via een stichting naar Nederland gekomen, de Portugees heb ik zelf opgehaald.

Het is een zwarte korthaar. Ik had hem in een dorp in Alentejo zien struinen en was naar hem toegekomen. Maar schuchter als hij was, was-ie weggekropen, achter zijn vrienden aan. Ik was ook erg groot en had geen eten mee. De dag daarna zag ik hem weer, hij lag bij een meer, moederziel alleen. Rustig sloop ik op hem af en ging door mijn knieën. Daar heb ik zijn hart gewonnen. De dagen daarna bleef hij om me heen zwerven. Uiteindelijk heb ik hem maar meegenomen naar Nederland.

Die Zuid-Europeanen lijken grappig genoeg op elkaar. Die Portugees luistert net zo slecht als die Grieken. Misschien komt dat omdat hij me niet altijd kan verstaan. Naar onbekende mannen die bij mij in de buurt komen, blaft hij. En hij wil altijd maar met mij spelen.

18558841_10210879327431751_3193077601406572081_o

Maar die overeenkomst baart me ook zorgen. Die Grieken zijn al meerdere keren losgebroken tijdens het wandelen. Ik moet er niet aan denken dat mijn Portugees straks verdwijnt. Ziet hij een ander vrouwtje op zijn pad lopen en is-ie opeens verdwenen. Misschien moet ik hem voor de zekerheid ook maar wat edelmetaal geven met mijn naam erop. Om zijn vinger, dan blijft hij tenminste altijd bij mij.

Plastic politie

Twee maanden nadat ik op de redactie aan de slag was gegaan, zette ik een afvalbak voor plastic neer. Sindsdien verplicht ik mijn collega’s hun afval te scheiden.

De sfeer op de redactie is er een stuk leuker op geworden. Idealisten zoals ik zijn heel leuke mensen, ze houden anderen een spiegel voor en in het selfie-tijdperk zit iedereen daar op te wachten. Mensen vinden het echt leuk om te horen dat ze hun broodje ham tussen de middag moeten vervangen voor wortelen en tofu. Laatst verplichtte ik mijn collega om de saladebak die hij bij het normale afval had gegooid van de bodem van de afvalemmer te vissen.

Nou moet ik toegeven, afval scheiden is hogere wiskunde geworden. Theezakjes van Lipton schijnen van kunststof te zijn en moeten bij plastic, andere zakjes weer bij GFT. Een papieren zakdoek met snot bij rest, zonder groene smurrie bij papier.

Sta je vervolgens eindelijk met je overvolle zak voor de plastic bak, moet je hem in een gat van dertig bij dertig centimeter persen. Plastic voor plastic erin hannesen dus, terwijl je de rottende lucht van etensrestjes inademt. Alles voor de aarde.

Ik ben er klaar mee. Misschien kan de gemeente Haarlem wat aan die bakken doen. Of ik laat de volgende keer een collega die plastic bij restafval heeft gegooid, verplicht onze plasticbak buiten legen. Als strafcorvee.