Buitenlandse liefdes

Mijn grootste liefdes zijn Zuid-Europeanen. Twee Grieken en een Portugees. De Grieken zijn via een stichting naar Nederland gekomen, de Portugees heb ik zelf opgehaald.

Het is een zwarte korthaar. Ik had hem in een dorp in Alentejo zien struinen en was naar hem toegekomen. Maar schuchter als hij was, was-ie weggekropen, achter zijn vrienden aan. Ik was ook erg groot en had geen eten mee. De dag daarna zag ik hem weer, hij lag bij een meer, moederziel alleen. Rustig sloop ik op hem af en ging door mijn knieën. Daar heb ik zijn hart gewonnen. De dagen daarna bleef hij om me heen zwerven. Uiteindelijk heb ik hem maar meegenomen naar Nederland.

Die Zuid-Europeanen lijken grappig genoeg op elkaar. Die Portugees luistert net zo slecht als die Grieken. Misschien komt dat omdat hij me niet altijd kan verstaan. Naar onbekende mannen die bij mij in de buurt komen, blaft hij. En hij wil altijd maar met mij spelen.

18558841_10210879327431751_3193077601406572081_o

Maar die overeenkomst baart me ook zorgen. Die Grieken zijn al meerdere keren losgebroken tijdens het wandelen. Ik moet er niet aan denken dat mijn Portugees straks verdwijnt. Ziet hij een ander vrouwtje op zijn pad lopen en is-ie opeens verdwenen. Misschien moet ik hem voor de zekerheid ook maar wat edelmetaal geven met mijn naam erop. Om zijn vinger, dan blijft hij tenminste altijd bij mij.

Ik ging nooit op voetbal

Ik ging nooit op voetbal.

Ik had het hele team van Ajax boven mijn bed hangen en ik kende alle namen. Winston Bogarde, Frank de Boer, Marc Overmars, Edgar Davids. De Champions League-finale keken we in de klas. Ik viel mijn klasgenootjes in de armen toen we wonnen. Ik had zelfs ooit een brief geschreven naar Patrick Kluivert en een kaart met handtekening teruggekregen. Schoolvoetval vond ik fantastisch. Ik was lang en sterk en beukte die ukkies zo het veld af. Maar ik ging nooit op voetbal.

Ik ging nooit naar de toneelschool om kleinkunst te studeren.

Ik zong onder de douche mijn zelfverzonnen tienerfrutsels en trad met knikkende knieën op, op het open podium van mijn middelbare school. Ik keek naar Hans Teeuwen, Youp van ’t Hek, Theo Maassen maar vond die allemaal wel erg grof. Ik kende de fijne grappen van Claudia de Breij, Yentl en de Boer, Kiki Schippers of Louise Korthals niet. Natuurlijk waren er ook vrouwelijke cabaretieres, maar ze kregen niet zo’n groot podium dat ik hen leerde kennen. Ik ging nooit naar de toneelschool om kleinkunst te studeren.

Ik ging nooit de politiek in.

Ik hou van debatteren. Ik hou ervan te strijden voor je idealen. Ik bleef net zo lang doorzeuren bij mijn familie met feiten en toonde zo vaak zielige plaatjes van dieren dat ze (deels) vegetariër werden. Ik hou ervan om de wereld te veranderen, om verantwoordelijkheid te nemen voor moeilijke onderwerpen. Op 10-jarige leeftijd keek ik hoe Rosenmöller en Kok met elkaar debatteerden voor de Tweede Kamerverkiezingen en ik bleef gefascineerd voor de tv hangen. Ik heb het debat uitgekeken, ook al was ik alleen thuis. Toch ging ik nooit de politiek in.

Ik ging op atletiek.

In 1992 won Ellen van Langen een gouden medaille op de 800 meter. Mijn moeder zat huilend op de bank. Mijn grote zus wilde meteen rondjes door de kamer rennen. In mijn tienerjaren legde ik al mijn energie in mijn atletiekcarrière. Ik trainde vier keer per week en deed in het weekend mee met wedstrijden. Ik zou de nieuwe Ellen van Langen van het hoogspringen worden, althans, dat wilde ik. Blessureleed voorkwam dat (en misschien wat gebrek aan talent). Maar ik ging op atletiek.

Ik ging journalistiek studeren.

Ik zag Sonja Barend en Clairy Polak geïnterviewden doorzagen. Ik zag ze vragen stellen die anderen niet stelden en antwoorden lospeuteren die mensen eigenlijk niet wilden geven. Ik zag ze invoelen en gasten op hun gemak stellen om hen belangrijke menselijke verhalen te laten vertellen die Nederland moest kennen. Ik ging journalistiek studeren.

Als je op cruciale momenten in je leven tegen mensen op kan kijken, maak je andere keuzes. Voorbeelden inspireren en zetten aan om jezelf te worden. Ze laten je in dingen geloven, laten je je eigen grenzen oprekken oftewel; maken je een rijker mens. In de 29 jaar die ik hier rondloop, waren al mijn voorbeelden vrouwen. Ja ik kan enorm veel ontzag hebben voor Jeroen Pauw, Maarten van Roozendaal, Frank de Boer (politicus wie jongens?;)) maar worden zoals zij, wilde ik nooit. Ik heb me nooit met hen geïdentificeerd.

Ik ging pas op mijn 27e cabaret studeren. Aan de cabaretopleiding, toen ik ontdekte dat Claudia de Breij, Louise Korthals en Kiki Schippers bestonden. En ik weet nog het moment dat ik in het theater zat en dacht ‘maar zo wil ik eigenlijk ook wel zijn’. Nu Marianne Thieme in de Tweede Kamer zit denk ik opeens ‘misschien zou ik dat ooit ook wel willen doen’. Als Eva Jinek op tv schittert, gaat mijn journalistenhart harder kloppen en droom ik van mooie vraaggesprekken. Als ik een boek van Susan Smit lees, hoop ik dat ik ooit ook met mijn woorden mensen kan betoveren.

Gisteravond zat er ergens in Nederland een meisje voor de tv dat ooit de nieuwe Lieke Martens zal zijn. Zondag inspireert Dafne Schippers hopelijk duizenden meisjes om op atletiek te gaan. Mijn wens is dat alle meisjes hun juiste voorbeeld mogen vinden en dat de maatschappij hen daarbij helpt. Dat niet alleen mannen het podium krijgen die ze natuurlijk ook verdienen. Misschien kunnen we daar ooit een Sire-reclame voor maken.

En ik hoop met heel mijn hart dat ik ooit een klein meisje mag inspireren om haar eigen talent te volgen.

fb_icon_325x325Volg mij op Facebook

Achterop de fiets

,,Anouk, hoe zit ik achterop een fiets?”, vraagt mijn vriendje als ik in de tuin achter mijn computer zit. Hij gaat vanavond voetbal kijken in Amsterdam en slaapt daarna in het huis van een vriend, vijf kilometer verderop.  ’s Nachts om drie uur door de stad slenteren, is geen optie, hij moet daarom achterop.

Maar waar wij als Nederlanders eerder op een fiets zitten dan dat we kunnen lopen, hangen ze in Portugal tot hun 18e achterin een auto. Fietsen doen ze niet (Commentaar vriend: ,,Ja lekker makkelijk, het is hier helemaal plat. Als ik daar naar het centrum fiets, moet ik elke keer in 40 graden een soort Mont Ventoux  beklimmen. Bezweet als een otter kom ik dan aan.”).

Ze hebben wat gemist. Liefdes ontluiken op het bagagerek. De spanning in je buik als je bij die ene jongen achterop mag zitten, het vastpakken van zijn middel, zijn warme huid door de stof voelen, je hoofd net even te dicht op zijn billen en dan de hele rit veinzen dat je bijna valt, zodat je hem niet los hoeft te laten. Ik krijg er nog de kriebels van.

,,O ja, makkelijk. Dat kan iedereen”, zeg ik hem. ,,Pak eerst de heupen vast. Dan ren je even met de fiets mee en vervolgens spring je op de bagagedrager.” Ik doe in de lucht een sprongetje. Hij doet me na, althans een poging tot. Met twee benen zet hij af en maakt in de lucht een rare beweging.

De atletiektrainer van vroeger komt in mij naar boven. Ik schud mijn hoofd. ,,Nee, je moet wel met een been afzetten, anders kom je als een bom op de fietsendrager terecht.” Hij probeert het nog een keer, zet met het been naast de fiets af en draait zijn lichaam in een vreemde hoek. Ik kijk afkeurend en zucht. ,,Nee, andere been afzetten.” 

Nog een zucht. Nu van hem. ,,Misschien is het handiger als ik mijn fiets erbij pak. Je lichaam zal dan wel begrijpen wat ik bedoel.”, opper ik. Dat is niet alleen om hem op te vrolijken, ik denk ook echt dat het zo werkt.

Mijn vriendje rijdt zijn fiets uit de garage. Ik zwaai mijn been over het zadel. Hij neemt een aanloop, springt en komt zo hard neer dat ik de grip op het stuur verlies. Ik slinger met de fiets richting de bosjes en kan nog net mijn voeten op de vloer zetten om een botsing met de muur te voorkomen. Ik vloek in het Nederlands, hij in het Portugees, waar ik weer van schrik, dat betekent dat het echt menens is.

,,Misschien moet je vanavond toch maar gaan lopen.”

Reuzin op hakken

,,Op hakken lopen is hetzelfde als bier drinken; je kunt het leren’’, vertelt een meisje vrolijk op een YouTube-filmpje. Ze geeft allerlei tips om de helse pijnen van de hoge hak te doorstaan op een feestje: haarspray spuiten zodat je niet gaat schuiven, blarenpleisters meenemen in je tas en je muiltjes niet uitdoen, anders zetten je voeten op.

Ik zag het filmpje en vroeg mezelf af; waarom doen wij dit onszelf aan? Hakken zijn vrouwonvriendelijk. Eigenlijk alleen maar bedoeld om mannen te versieren. Om benen langer te maken en de bips omhoog te pushen. Ik zou als feminist natuurlijk tegen dit soort seksisme moeten zijn, maar ik ben helaas ook geïndoctrineerd en hou van een mooi figuurtje.

Ik krijg als lange vrouw (1.86m) wel vaak de vraag: ,,Durf jij op hakken te lopen? Heb je zo’n lange vriend dan? ‘’Mijn vriendje is 1.80m (eigenlijk 1.78m maar hij wil graag dat ik het afrond). Met hakken aan, bungel ik boven hem uit. We zijn een uitzondering. Als we op straat lopen, telt hij de stellen waarbij de vrouw ook langer is dan de man. Veel zijn dat er niet. Ik durf te wedden dat er meer homo’s in Nederland wonen, dan stellen waar de vrouw groter is. De man hoort langer te zijn en te beschermen, is nog steeds de overtuiging.

En vanuit dat oogpunt is het dragen van hakken niet seksistisch. Juist een vorm van rebellie.

Deze column is eerder verschenen in de kranten van Holland Media Combinatie

Safari

Mijn vriend en ik deden zaterdag mee met de safaritocht ‘Op zoek naar de grote 5′ in Almeerderhout. We hadden dikke jassen en regenlaarzen aan want we dachten een barre wandeltocht te moeten maken. Daar aangekomen bleken we de safari in een voorverwarmde jeep af te leggen, die op de savanne van Afrika niet zou misstaan. Logisch vond ik, voor je het weet word je aangevallen door een agressieve eekhoorn die al je pinda’s afpakt.

Dat we niet in Afrika zaten werd snel duidelijk. In Afrika zijn namelijk dieren in de natuur. Drie uur later hadden we nog steeds geen hert, het beest waar de safari om draaide, gezien. Ik bleef naarstig door mijn verrekijker turen. Plots stond er daar eentje! Een hertje, zo ver weg dat het ook een weggelopen hazewindhond kon zijn.

Een half uur later was het weer feest. Nog een hert! Mijn buurman was laaiend enthousiast. Hij toverde zijn hele professionele uitrusting (telelens, verrekijker en filmcamera) uit de auto. ,,Ik zie er wel zeven”, riep hij. Deze man had een kennersoog, dacht ik, ik zag namelijk helemaal niets. Zijn vrouw was minder onder de indruk. ,,Weet je het zeker, schat?” ,,Oh nee, het zijn toch de bosjes”, erkende hij.

Gedesillusioneerd kwamen we terug. Zaterdag rijd ik wel naar Waterleidingduinen. Daar struikel je er bijna over.

Deze column verscheen eerder in de kranten van Holland Media Combinatie

 

Kerstmagie

Ik kon als kind blijven kijken naar houten poppetjes die ronddraaiden op een schaatsbaantje. Het draaimolentje stond jarenlang bij ons met kerst op de open haard. Ik dacht eraan toen ik deze week met mijn moeder in het tuincentrum liep en bleef staan bij een winterwonderland. Ik zag een koortje dat zong in de sneeuw en een haardvuurtje waar een familie omheen zat. ,,Ik zou willen dat de wereld zo was”, verzuchtte ik tegen mijn moeder.

Ik hield als kind van kerst. Van mijn ouders die ’s ochtends naar beneden slopen, kerststol klaarmaakten, kaarsen op tafel zetten en uiteindelijk een kerst-cd aanzetten. Bij de eerste tonen sprongen mijn zussen en ik dan uit bed en dansten we door de woonkamer.

Toen ik bijkwam van die overpeinzing stond ik met mijn moeder tussen de afgeprijsde kerstballen in het tuincentrum. Het tl-licht deed pijn aan mijn ogen.We snelden naar huis en gingen aan de slag. Na een tijdje keken we naar de boom. Hij leek wel aangevallen door kerstballen, zo vol zat-ie. Mijn moeder probeerde de schade te beperken terwijl ik in de kerstdozen naar de draaimolen zocht. Tevergeefs. Ik keek naar buiten, het sneeuwde niet.

Met een gevoel van weemoed, plofte ik op een stoel. Hoe ouder je wordt, hoe meer de magie verdwijnt, dacht ik. Kon ik het maar terug toveren. Mijn moeder leek mijn gedachten te lezen. Opeens hoorde ik de bekende noten. En daar, zingend en zwierend met mijn moeder door de woonkamer, voelde ik het even; de magie van kerstmis.

Deze column verscheen eerder in de kranten van Holland Media Combinatie