Hokjes

In de hoek van de kroeg stond een Arabische man. Alleen. Hij keek naar het scherm waar Portugal tegen Frankrijk de EK-finale speelde. Het was geen keuze, ik voelde het opeens. Angst. Wat kon de man in een volle kroeg aanrichten? Snel daarna schaamde ik me diep. Dit was het dus, de gedachte die de wereld verziekt, alleen in afgezwakte vorm. Die terroristen mensen laat doden en nazi’s wraak laat nemen op moslims. Ik zag niet de mens, maar het hokje waar ik hem in had gestopt.

Ik trok mijn stoute schoenen aan. ,,Voor wie ben je?” De man kwam uit Marokko, woonde in Parijs, maar was voor Portugal. We hadden het over onze gezamenlijke liefde voor het team en natuurlijk over de man waar iedereen een mening over heeft: Ronaldo. Ik realiseerde me dat de Portugees ook leed onder hokjesdenken. Elke dag al die bagger. Verdient hij dat alleen maar omdat hij te vaak in de spiegel kijkt?

Toen kwam het doelpunt. Alle Portugezen in de kroeg gingen uit hun dak. Ik viel mijn Portugese vriendje in de armen en krijste alsof mijn eigen land had gewonnen. Met de Marokkaanse man die Frans sprak, in Nederland op visite was en voor Portugal juichte, danste in de kroeg door. Tegenstellingen door verschil in cultuur, geloof of land bestaan alleen in ons hoofd, niet in ons hart. Ik hoop dat we na deze week met zijn allen zullen blijven dansen.

De nette man

Hij was een keurige man
Gedroeg zich als een heer van stand
Hij had een bolhoed en bretels
En een koffer in de hand
Manchetknopen blonken in het licht
Zijn schoenen waren zwart gesmeerd
Hij sprak louter met twee woorden
‘Ja mevrouw’ en ‘ja meneer’
Hij schoof dames altijd aan
Hij liet ze voor, behalve op een tree
Hij nam zelf nooit het laatste koekje
Zei nooit toilet, altijd wc

Maar bij het avondeten
gedroeg hij zich merkwaardig
De tafeletiquette
was de heer niet vaardig
Hij smekte en hij smakte
een hele symfonie
Met majeuren en mineuren
kauwde hij een eigen lied
Hij hikte onheilspellend
in pianissimo
Boerde vaak en krachtig
in fortissimo
Zijn rochel was het slotstuk
oorverdovend in onze oren
Maar hoe luid hij alles maalde
hij kon het zelf niet horen