Geadopteerde zoon

Moeder Maria, geef me drie zonen, jammerde mijn vader vroeger als hij door mijn moeder, mijn zussen en ikzelf werd aangesproken op zijn kleren. Hij werd er gek van dat we hem ‘Jezus’ noemden als hij rondliep in een witte blouse, witte broek en sandalen.

Zijn gebeden zijn verhoord. Maria heeft hem een zoon geschonken in de vorm van mijn Portugese vriend. Vriendlief moet eerst afstuderen in de robotica voordat we een huis kopen en daarom logeren we bij paps en mams.

Ik voel me weer net een puber. Als ik naast mijn lief in bed lig, durf ik me bijna niet om te draaien, als de dood dat het bed gaat kraken waardoor mijn ouders allemaal dingen in hun hoofd halen. Seks en ouders gaat nooit samen.

Vriendlief vindt het echter fantastisch bij mijn ouders. Vorige week trof ik hem puzzelend met mijn moeder aan in de woonkamer. Eergisteren maakte de Portugees Hollandse erwtensoep voor mijn ouders die terugkwamen van een lange wandeling.
Ik zie de bui al hangen als we vertrekken. Paps en mams willen hem niet kwijt.

Er zit maar een ding op. Vriendlief maakt voor zijn scriptie een robot die zo op hem lijkt, dat mijn ouders hun huisvriend en geadopteerde zoon niet hoeven te missen. Ik hou lekker het echte exemplaar waar ik eindelijk zonder gevoel van schaamte, het bed mee mag laten kraken.

Deze column verscheen eerder in de kranten van Holland Media Combinatie

 

Zachte kracht

Wat vinden jullie ervan dat er zo weinig vrouw baas zijn van een bedrijf?” vroeg ik aan mijn vriendinnen tijdens een high tea. Daar komt ze weer, dachten ze. Ze waren net lekker in een gesprek over ontsluiting en het doorpassen van trouwjurken.

Ze snapten het wel. ,,We twijfelen meer, hoeven ons niet zo veel te bewijzen en zijn vaak emotioneel te betrokken.” Ik kookte van binnen net als de thee op tafel bij het antwoord. Juist om die eigenschappen moeten we wel die invloedrijke banen ambiëren, beet ik hen toe.

Ik geloof dat als bankiers niet alleen aan zichzelf hadden gedacht en betrokken waren geweest bij klanten woekerhypotheken, hoge bonussen en dus de crisis er niet waren geweest. Maar inderdaad, we passen niet zo lekker in dit kapitalistische systeem. Dat komt omdat het is gebaseerd op de weeffout dat iedereen op deze wereld alleen maar voor zichzelf kiest. Ontwikkeld in een tijd dat vrouwen nog geen deel uitmaakten van het intellectuele debat en hun dromen, gevoelens en ideeën achter het aanrecht parkeerden om voor hun vent en kinderen te zorgen.

We doen het nog steeds. Denken dat we onze zachte krachten op moeten geven of alleen binnenshuis kunnen gebruiken. Maar wij moeten ons niet aanpassen aan het systeem, we moeten het systeem aanpassen. Zodat deze kille rationele economische wereld wat menselijker wordt.

Verschenen in Haarlems Dagblad

Verloren generatie

Mijn oma is gisteren begraven. Ze was een intelligente vrouw. Ooit wilde ze onderwijzeres worden maar toen ze trouwde mocht dat niet meer. ,,Zo ging dat in die tijd”, zei ze met een vleugje berusting en een vleugje verdriet als het onderwerp ter sprake kwam.

Ze was ook een nette en gelovige vrouw. Vandaag doen we daarom onze zondagse kleren aan. Ik heb een rok gekocht, mijn vriendje doet een pak aan. Met een stropdas. Hij heeft alleen geen idee hoe hij die moet strikken. Op internet doet een Fransman het hem voor.

De situatie doet mij denken aan die keer dat ik naar een breicursus ging en ik de cursusleidster tot wanhoop dreef. In mijn breisel zaten allemaal gaten. ,,Jouw generatie leert dit soort dingen niet meer. Het is een verloren generatie.” Ik moet haar gelijk geven, mijn vriendje is na 25 minuten nog steeds niet klaar met zijn stropdas, hoewel hij het YouTube-filmpje al tien keer heeft afgespeeld. Hij vouwt en strikt de das opnieuw maar ook nu is hij te kort. Een vloek in zijn moerstaal galmt door het huis waarna hij zich in het Engels wanhopig tot mij richt. ,,This is fucking science. Help me.” Ik kijk hem schaapachtig aan. Helpen kan ik niet. Mijn vriendje en ik zijn allebei hoog opgeleid. Mijn oma ging alleen naar de huishoudschool.

Ze had ons nog zo veel kunnen leren.

Verschenen in Haarlems Dagblad

Reuzin op hakken

,,Op hakken lopen is hetzelfde als bier drinken; je kunt het leren’’, vertelt een meisje vrolijk op een YouTube-filmpje. Ze geeft allerlei tips om de helse pijnen van de hoge hak te doorstaan op een feestje: haarspray spuiten zodat je niet gaat schuiven, blarenpleisters meenemen in je tas en je muiltjes niet uitdoen, anders zetten je voeten op.

Ik zag het filmpje en vroeg mezelf af; waarom doen wij dit onszelf aan? Hakken zijn vrouwonvriendelijk. Eigenlijk alleen maar bedoeld om mannen te versieren. Om benen langer te maken en de bips omhoog te pushen. Ik zou als feminist natuurlijk tegen dit soort seksisme moeten zijn, maar ik ben helaas ook geïndoctrineerd en hou van een mooi figuurtje.

Ik krijg als lange vrouw (1.86m) wel vaak de vraag: ,,Durf jij op hakken te lopen? Heb je zo’n lange vriend dan? ‘’Mijn vriendje is 1.80m (eigenlijk 1.78m maar hij wil graag dat ik het afrond). Met hakken aan, bungel ik boven hem uit. We zijn een uitzondering. Als we op straat lopen, telt hij de stellen van wie de vrouw ook langer is dan de man. Veel zijn dat er niet. Ik durf te wedden dat er meer homo’s in Nederland wonen, dan stellen waar de vrouw groter is. De man hoort langer te zijn en te beschermen, is nog steeds de overtuiging.

En vanuit dat oogpunt is het dragen van hakken niet seksistisch. Juist een vorm van rebellie.

Deze column is eerder verschenen in de kranten van Holland Media Combinatie

Sparen voor later

Het was een feest om naar mijn zakgeld in mijn blauwe Pennie-spaarpot te kijken. Eerst rolden de vijfguldenstukken langzaam naar hun plek, daarna de rijksdaalders, de pieken en de dubbeltjes. Lang bleef het geld er niet in. Vaak leegde ik mijn spaarpot al snel om dropjes en lolly’s bij de sigarenwinkel op de hoek te kopen. Sparen voor later, daar deed ik niet aan.

Ik moest volwassen worden, vonden mijn ouders en dus leren omgaan met geld. Net op het moment dat ik wat meer ging sparen, veranderde mijn bank van naam. De Postbank werd ING.

Die bank ligt nu onder vuur. ING investeert in een oliepijpleiding die dwars door het grondgebied van een indianenstam gaat. Uiteindelijk ging het allemaal niet door toen Obama de stekker uit het project trok. Nu Trump de pijpleiding nieuw leven inblaast, verklaart ING niet onder haar investering uit te kunnen komen. Ze maakt zich wel zorgen en wist niet dat de indianen tegen de pijpleiding zijn.

Krokodillentranen. Waarom investeert ING überhaupt in olie? Is dat ook sparen voor later, geld stoppen in projecten die de aarde niet sparen? Hoe wrang is het als spaargeld daarin wordt geïnvesteerd? Kinderen kunnen hun spaarpot dan beter plunderen voor een zakje snoep.

Verschenen in Haarlems Dagblad

Kerstmagie

Ik kon als kind blijven kijken naar houten poppetjes die ronddraaiden op een schaatsbaantje. Het draaimolentje stond jarenlang bij ons met kerst op de open haard. Ik dacht eraan toen ik deze week met mijn moeder in het tuincentrum liep en bleef staan bij een winterwonderland. Ik zag een koortje dat zong in de sneeuw en een haardvuurtje waar een familie omheen zat. ,,Ik zou willen dat de wereld zo was”, verzuchtte ik tegen mijn moeder.

Ik hield als kind van kerst. Van mijn ouders die ’s ochtends naar beneden slopen, kerststol klaarmaakten, kaarsen op tafel zetten en uiteindelijk een kerst-cd aanzetten. Bij de eerste tonen sprongen mijn zussen en ik dan uit bed en dansten we door de woonkamer.

Toen ik bijkwam van die overpeinzing stond ik met mijn moeder tussen de afgeprijsde kerstballen in het tuincentrum. Het tl-licht deed pijn aan mijn ogen.We snelden naar huis en gingen aan de slag. Na een tijdje keken we naar de boom. Hij leek wel aangevallen door kerstballen, zo vol zat-ie. Mijn moeder probeerde de schade te beperken terwijl ik in de kerstdozen naar de draaimolen zocht. Tevergeefs. Ik keek naar buiten, het sneeuwde niet.

Met een gevoel van weemoed, plofte ik op een stoel. Hoe ouder je wordt, hoe meer de magie verdwijnt, dacht ik. Kon ik het maar terug toveren. Mijn moeder leek mijn gedachten te lezen. Opeens hoorde ik de bekende tonen. En daar, zingend en zwierend met mijn moeder door de woonkamer, voelde ik het even; de magie van kerstmis.

Deze column verscheen eerder in de kranten van Holland Media Combinatie

Achterop de fiets

,,Anouk, hoe zit ik achterop een fiets?”, vraagt mijn vriendje als ik in de tuin achter mijn computer zit. Hij gaat vanavond voetbal kijken in Amsterdam en slaapt daarna in het huis van een vriend, vijf kilometer verderop.  ’s Nachts om drie uur door de stad slenteren, is geen optie, hij moet daarom achterop.

Maar waar wij als Nederlanders eerder op een fiets zitten dan dat we kunnen lopen, hangen ze in Portugal tot hun 18e achterin een auto. Fietsen doen ze niet (Commentaar vriend: ,,Ja lekker makkelijk, het is hier helemaal plat. Als ik daar naar het centrum fiets, moet ik elke keer in 40 graden een soort Mont Ventoux  beklimmen. Bezweet als een otter kom ik dan aan.”).

Ze hebben wat gemist. Liefdes ontluiken op het bagagerek. De spanning in je buik als je bij die ene jongen achterop mag zitten, het vastpakken van zijn middel, zijn warme huid door de stof voelen, je hoofd net even te dicht op zijn billen en dan de hele rit veinzen dat je bijna valt, zodat je hem niet los hoeft te laten. Ik krijg er nog de kriebels van.

,,O ja, makkelijk. Dat kan iedereen”, zeg ik hem. ,,Pak eerst de heupen vast. Dan ren je even met de fiets mee en vervolgens spring je op de bagagedrager.” Ik doe in de lucht een sprongetje. Hij doet me na, althans een poging tot. Met twee benen zet hij af en maakt in de lucht een rare beweging.

De atletiektrainer van vroeger komt in mij naar boven. Ik schud mijn hoofd. ,,Nee, je moet wel met een been afzetten, anders kom je als een bom op de fietsendrager terecht.” Hij probeert het nog een keer, zet met het been naast de fiets af en draait zijn lichaam in een vreemde hoek. Ik kijk afkeurend en zucht. ,,Nee, andere been afzetten.” 

Nog een zucht. Nu van hem. ,,Misschien is het handiger als ik mijn fiets erbij pak. Je lichaam zal dan wel begrijpen wat ik bedoel.”, opper ik. Dat is niet alleen om hem op te vrolijken, ik denk ook echt dat het zo werkt.

Mijn vriendje rijdt zijn fiets uit de garage. Ik zwaai mijn been over het zadel. Hij neemt een aanloop, springt en komt zo hard neer dat ik de grip op het stuur verlies. Ik slinger met de fiets richting de bosjes en kan nog net mijn voeten op de vloer zetten om een botsing met de muur te voorkomen. Ik vloek in het Nederlands, hij in het Portugees, waar ik weer van schrik, dat betekent dat het echt menens is.

,,Misschien moet je vanavond toch maar gaan lopen.”