Lente (gedichtje)

Ik heb de lente ingeslikt

Mijn hart kleurt tulpenrood

De eerste zonnestralen van het jaar

Vallen als vlinders in mijn schoot

Het regent vinken, mezen, mussen

In mijn buik leggen ze allemaal een ei

En de wind die ik laat waaien

Ruikt naar de koeien in de wei

‘Ons warenhuis gaat nu sluiten’

Hij was de bekende horlogeman van de V&D in Haarlem, moest nog maar anderhalve maand en zou dan veertig jaar in dienst zijn. Zij werkte op de klantenservice van het warenhuis. Elke avond riep ze door de speakers ‘Ons warenhuis gaat nu sluiten’. ,,Maar nu het echt zo is, kan ik het nog niet geloven.”

Marianne en Kick van der Weele staren door de ruit bij de V&D naar binnen. In het donkere winkelpand hangen nog tassen en jassen. Zo moet het er vroeger ook uit hebben gezien. Toen ze als kleine kinderen langs het grote warenhuis liepen en gebiologeerd naar de etalage van de V&D keken. Marianne: ,,Vooral met Sinterklaas. Dan waren overal bewegende Zwarte Pietjes en Sinterklaasjes. En er reed een trein. Ik stond als kind een tijd lang te kijken met mijn neus op de ruit. Veel mensen trouwens. Totdat mijn moeder me riep dat ik moest komen.”

In de etalages is nu niets meer te zien. Waar voorbijgangers zondag nog langs poppen liepen gekleed in de laatste mode, wandelen ze nu langs vier grote witte vlakken. Marianne: ,,De belangrijkste spullen hebben we al maandag in dozen gestopt. Toen we dat moesten doen, wisten we het eigenlijk al. We gaan niet meer open, zei ik tegen Kick.”

Het echtpaar is voor de foto komen lopen naar het pand. ,,Geen probleem, grapt Marianne tegen de fotograaf. ,,We hebben toch niets te doen.” Dat wandelen deden Marianne en Kick al elke dag. Iets voor negen trokken ze de deur dicht van hun huis in Haarlem-Noord en liepen ze via het station naar het warenhuis. Zo gingen het jarenlang. De 58-jarige Kick werkte al bijna veertig jaar in Haarlem. Op de horlogeafdeling. ,,Ik kwam daar via het arbeidsbureau bij V&D terecht en had meteen veel interesse voor klokken en uurwerk. Ik had een goede leermeester. Die leerde mij uurwerk repareren, stofjes weghalen, bandjes verlengen of verkorten en als er een wijzer los zat, dan zette ik hem vast.” De interesse voor klokken nam hij mee naar huis. Tijdens het interview dat voor de fotoshoot thuis plaatsvindt, klinkt elk kwartier een kakofonie aan geluiden door de woonkamer.

Kick is door zijn werk zelfs een bekende Haarlemmer geworden. Marianne: ,,Veel klanten vroegen naar hem. Als hij er niet was, gingen ze weer naar huis. Ze wilden alleen Kick. Op vakantie is hij zo vaak aangesproken. In Turkije, Gran Canaria, zelfs in een of ander klein steegje in Griekenland. Dan wezen ze op hun horloge en zeiden: hé jij bent van mijn batterijtje.”
Het faillissement is hard aangekomen bij de horlogeman (‘ik ben geen horlogemaker, ik heb het mezelf aangeleerd’). Tussen de interviewvragen hapt hij naar adem. ,,Wat ik nog het allerergste vind: in mij ogen was V&D Haarlem een kerngezonde winkel. Er mankeerde niets aan. Er werd gewoon geld verdiend. Maar het is natuurlijk onderdeel van een heel grote club. Ja en dan word je meegetrokken.”

Marianne stapte 37,5 jaar geleden bij de V&D naar binnen met de vraag of er werk was. Ze kon meteen bij de stoffenafdeling beginnen. Vervolgens stond ze 12,5 jaar op de kinderafdeling, verhuisde 4,5 jaar naar Schalkwijk en werkte de laatste jaren bij de klantenservice. ,,Ik gaf elke dag door de intercom de boodschappen van de V&D aan de klanten door. Aan het einde van de dag, om zes uur moest ik van V&D zeggen: het warenhuis gaat sluiten. Maar ik zei: ons warenhuis gaat sluiten. Want het was van ons. We deden het met zijn allen. De samenhorigheid was groot.”

Een collega whatsappt een foto die gisteravond is genomen. In Café de Roemer namen alle personeelsleden afscheid van elkaar. Op de voorgrond staan Marianne en Kick verstrengeld in elkaars armen op de Botermarkt. Op de achtergrond is het grote monumentale pand van het warenhuis te zien. Kick brengt zijn hand naar zijn mond om het geluid van zijn gehuil wat te verminderen. Marianne wrijft over zijn knie. Met het sluiten van het warenhuis, sluit ook de winkel waar ze elkaar hebben leren kennen.

Tijd om het ontslag door te laten dringen, hebben ze niet ,,We kregen maandag van het UWV al het bericht dat we moesten solliciteren. Marianne: ,,Maar wie wil een 58-jarige aannemen?”

Kick: ,,Het allerergste is dat ik mijn vaste klanten niet gedag heb kunnen zeggen.” Als de verslaggeefster oppert om dat nog via de krant te doen, breekt de zon door op zijn gezicht. ,,Dat zou ik heel erg mooi vinden. Ik wil alle vaste klanten bedanken die al die jaren bij me terugkwamen. Ik had graag nog twee weken open geweest om persoonlijk afscheid te nemen.” Hij zucht. ,,Dat gaat helaas niet meer.”

Verschenen in Haarlems Dagblad

 

 

Schoonmama

En toen zat ik opeens in haar beha. Ik had niet de tijd gehad om me af te vragen of ik wel met mijn vingers aan de borst van mijn schoonmoeder wilde zitten. Ze had gewoon mijn hand gepakt en erin gestopt. ,,Kijk, jij zou ook zo’n push-up kunnen gebruiken.”

Mijn Portugese schoonmama is veel en geeft veel. Al die 48 weken per jaar die we haar niet zien, stapelt ze haar liefde op. Als we dan bij haar zijn, explodeert het. Geven is bij haar net als ademhalen. Ze koopt kleren voor me, geeft ongevraagd lingerie-advies, toen ze merkte dat mijn sjaal wat rafelde, lagen er de volgende dag drie nieuwe exemplaren op mijn bed. Bij elk leeg kopje thee, schiet ze omhoog om binnen twee minuten een hele pot te zetten. Ben ik van plan om wat boodschappen te doen, dan zit schoonmama al in de auto.

In zo’n groot hart verzuip ik, legde ik mijn vriendje uit. Het voelt alsof ik mijn eigen wil op Schiphol achterlaat. We moesten maar een huisje huren als we weer zouden gaan, in plaats van bij ze inwonen, opperde ik.

Totdat ik haar deze week op Skype zag. Ze miste ons zo en vocht tegen de tranen. Het was zo lief. Moesten we haar wel vertellen dat we af en toe verzopen in haar liefde? Kon ze dat aan? Ik heb het maar niet gedaan. Niet alleen uit medelijden. Voor je het weet, vind ik van de zomer drie zwemvesten op mijn bed.

Verschenen in Haarlems Dagblad

Kleine stapjes

De gedachte bereikt als eerste mijn enkels. Die beginnen te draaien. Al snel ga ik oppervlakkig ademhalen. Vervolgens spring ik van de bank. ,,Het is zeker weer weekend”, vraagt mijn vriendje als hij de onrust in mijn ogen herkent. ,,Ga toch zitten. Lees een boek, kijk een film. Geniet eens.”

Maar relaxen op de bank is het laatste waar ik zin in heb. Bij elke film die ik kijk of boek dat ik lees, slaat de onrust toe. Ik zie mensen woekeren met hun talenten. Met hun stem, penseel of pen de wereld verder afmaken. Artiesten en wereldverbeteraars van mijn leeftijd of zelfs nog jonger. Die al prijzen hebben bemachtigd, revolutionaire nummers hebben geschreven, of naar Oeganda zijn geweest om een onderzoek voor HIV op te zetten.

En wat doe ik? Mijn ambities zweven boven mijn hoofd op een roze wolk. De afstand is groot en dat maakt me moedeloos. Ik heb nog geen boek gepubliceerd, programma gepresenteerd of revolutionair onderzoek gedaan.

Mijn vriend ziet mijn gezicht verkrampen en komt me troosten. ,,Kleine stapjes”, fluistert hij. En dan weet ik weer eventjes dat ik natuurlijk ook gewoon voetje voor voetje via de trap mijn podium kan beklimmen. Ik plof op de bank neer, pak mijn laptop en begin te schrijven. Een 60 seconden lijkt me een goede start.

Verschenen in Haarlems Dagblad

Fiets

Bij nummer 41 bel ik aan. Een man met een hoofd vol smeer doet open. In zijn de rechterhand heeft hij wat shag. ,,Hij staat al klaar mevrouwtje.” De vent mist een voortand. De andere tand floept zelfs met zijn mond dicht nog tussen twee lippen door, zo trots dat ie er wel nog is.
Mijn fiets is dit weekend gejat. Het is al de derde. Mijn Portugese vriend krijgt er een punthoofd van. ,,Zet hem nou eens goed op slot.” Ik zeg hem spottend dat je pas echt ingeburgerd bent als iemand er met je tweewieler vandoor is gegaan. Fietsen jatten, is onderdeel van de Nederlandse cultuur.

,,Je heb een grrroter stuur nodig,” zegt de man als ik terugkom van een ritje. Zijn ‘r’ rolt zo de donkere nacht in. Ik knik. Met mijn 1.85m moet ik mijn knieën in mijn nek leggen. ,,Ken ik wel regelen.” Hij opent de deur van zijn kelder. Overal liggen fietsen, banden en sturen. ,,Ik zit in oud ijzer. Ik hoef geen uitkering. Dan mot je solliciteren.”

Hij zet een ander stuur op de fiets. Ik geef hem 75 euro en vertrek. Als ik de straat uit ben, kijk ik naar beneden. Geen slot. ,,Waarom denk je?”, vraagt mijn vriendje als ik thuis kom. ,,Ik ben benieuwd hoeveel hij voor jouw oude fiets gaat vragen.”

Ik geloof dat die Portugees toch beter ingeburgerd is dan ik.

Verschenen in Haarlems Dagblad

Ei

Ik wilde een masker nemen voor mijn gezicht. Op een internetforum zeiden ze dat ei echt iets met je huid zou doen. Op internet verkopen ze veel onzin, dus ik wilde het eerst zien.
Ik brak de schaal, liet het goedje door mijn vingers glibberen en smeerde het op mijn huid. Wat ze er niet bij hadden gezegd, was dat het mengsel snel opdroogt. Ik kon geen spier meer in mijn gezicht bewegen. Als een Madame Tussauds-pop zat ik op de bank.

Mijn partner kwam binnen. Mijn geel besmeurde poppengezicht ontging hem, hij had alleen oog voor de sokken en schoenen die ik had laten slingeren. “Wat denk je wel? Gooi je spullen niet overal neer. Ik leef hier ook!”
Wat overdreven allemaal, dacht ik. Hij deed toch ook wel eens wat verkeerd? Maar het enige wat uit mijn mond kwam was het geluid van een roofvogel met ducktape om zijn snavel. “H ns p. J vrdrft.” We zwegen een tijdje. Een kus moest de ruzie oplossen.

Een minuut later begon zijn gezicht op te zetten. O ja, dat is waar ook. Hij heeft een ei-allergie. Ik had intussen met wat water het masker eraf gehaald. Wat was mijn huid glad en egaal! Tegenover me zat een opgeblazen kikker. Daar heb ik van geleerd. Een ei-masker doet echt wat met je gezicht. Op internetfora verkopen ze niet alleen maar onzin.

Verschenen in Haarlems Dagblad

Buurvrouw en buurvrouw

Daar stonden we dan. Als een soort buurman en buurman tegenover elkaar. Met een bak, zaadjes, schepjes en aarde. Mijn beste vriendin, tevens buurvrouw, wilde een moestuin aanleggen. We waren opgegroeid in een bollendorp, dus je zou zeggen dat we wel weten hoe we de natuur naar ons hand moeten zetten. Maar zaden zijn geen bollen. We hadden op de basisschool geleerd hoe je ‘tomaat’ moet schrijven, moet tekenen, ik heb ermee leren rekenen maar hoe je een tomaat teelt? Bij kinderen komen baby’s van de ooievaar, bij mij tomaten van de supermarkt.
Maar gelukkig was daar Jelle van de makkelijke moestuin. De groene god, hoop in bange dagen waarin multinationals als Monsanto en Bayer ons voedselsysteem overnemen. Hij leert de stadsmens op hun manier tuinieren. Niet met een schep maar met een app. Hij deelt via de app de moestuin in vakken en vertelt welke groenten waar mogen groeien.

Alles ging op zijn dooie akkertje. Tot het moment waarop wij lente-ui in het midden van de bak wilden plaatsen. Dat kon niet volgens de app. Paniek! Jelle tegenspreken, was dat wel handig? De drang naar lente-ui was groter. En dus maakten we schuldbewust met onze handen kuiltjes in de aarde en stopten we de zaadjes erin. Nou maar hopen dat deze daad van revolutie zijn vruchten af gaat werpen.

Verschenen in Haarlems Dagblad

Borstel

De borstel mijn moeder is zoek. Een foeilelijk blauw plastic ding, waarschijnlijk te koop voor 2 euro bij de Zeeman. Maar in de tijd dat alles een habbekrats kost en de kringloopwinkels overlopen, krijgen spullen waarde door de herinnering die eraan kleeft.

De borstel was een stille getuige van mijn weg naar volwassenheid. In de puberteit kwam hij wel eens in de hoek terecht als ik me weer eens gefrustreerd voelde omdat ik weer niet met krullen wakker was geworden en het moest doen met doorgekookte spaghetti op mijn hoofd.

Maar de borstel hielp mij ook bij die memorabele momenten: mijn eerste schooldag, de hoofdrol in de groep 8 musical, mijn eindexamen, maar ook die allereerste zoen. Waarschijnlijk voelde hij dan haarfijn aan hoe gespannen ik was. Kam erdoor, elastiekje erin, nee weer niet goed. En dat een half uur lang.

En dan was er nog die ene keer dat mijn vader een poging deed om ons met een staart op ons hoofd naar school te sturen, omdat mijn moeder in het ziekenhuis lag na de geboorte van mijn zusje. Ook al hing na tien minuten een soort geknakte antenne op mijn voorhoofd, ik vertelde het in het kringgesprek met trots. Over de geboorte van mijn zusje sprak ik daarna pas.
Maar de borstel is er niet meer. Want spullen raken zoek of gaan kapot.
En ik word ouder.

Verschenen in Haarlems Dagblad