Porno

Ik kijk naar mijn vriendin. Die zit er net zo ongemakkelijk bij. Schaamrood op de kaken, blik afgewend. De harde piemels en vagina’s vliegen door het beeld. We kijken op een scherm naar keiharde porno samen met tweehonderd anderen in de schouwburg.

Het was een cadeautje van mijn vriendinnen. Een theaterstuk over hoe de maatschappij met vrouwen omgaat. Het is heftig. Na de porno komen de cijfers, hoeveel vrouwen de baas zijn bij een bedrijf en slachtoffer zijn van huishoudelijk geweld. Daarna komen de tientallen grappen die op internet rondgaan. ‘Wat is het verschil tussen een ijskast en een vrouw? Een ijskast kreunt niet als je er vlees in steekt.’

De zes vrouwelijke hoofdrolspelers betogen dat vrouwen nog te vaak een bijrol hebben in onze samenleving. Na de opsomming van alle feiten en ongenuanceerde grappen, kan ik hen geen ongelijk geven.

Bij thuiskomst belt mijn moeder om te zeggen dat een vriendin van de familie gaat trouwen. Ze neemt de naam van haar partner aan, zegt ze terloops.
Zolang vrouwen onder het mom van romantiek hun naam en daarmee hun geschiedenis ondergeschikt maken aan die van hun man, zolang zal de vrouw een tweederangsburger blijven. Omdat ze zichzelf te vaak in die situatie plaatst.

Van journalist naar bootvluchteling

Journaliste Besan (25) versloeg in het geheim de Syrische revolutie. Totdat de Syrische overheid haar collega oppakte en vermoordde. Besan vluchtte. Ze werkte in Egypte, maar ook daar werd het te gevaarlijk. Uiteindelijk stak ze op een bootje de Middellandse Zee over. Sinds vier maanden woont ze in Haarlem. Deze krant tekende haar verhaal op. Om veiligheidsredenen wordt alleen haar voornaam vermeld.

Regio Besan keek naar het zwarte gat. Het verschil tussen het water en de lucht was bijna niet te zien. Er waren ook geen golven, de zee was vredig en kalm. Maar in Besans hoofd stormde het. Haar herinneringen aan dode lichamen en het geluid van bombardementen arrangeerden een kakofonie van gedachten.
De kou versterkte haar onveilige gevoel, maakte haar naakt en eenzaam. Hier stond ze, honderden kilometers van haar familie
vandaan, wachtend op een boot naar een land waar ze alleen op internet iets over had gelezen.
Om daar te komen, moest ze het water oversteken. Maar de zee was soms woest en onstuimig. Ze was er bang voor. Misschien als ze haar verhaal zou vertellen, dat hij haar veilig naar de overkant wilde brengen. Woorden begonnen uit haar mond te stromen.
,,Toen de oorlog begon, was ik een vrolijk maar naïef meisje. Ik studeerde ‘mediastudies’ aan de universiteit en wilde later bekend worden. Ik wilde mensen vermaken met mooie verhalen.
Mijn naïviteit verdween op een middag in augustus in 2011. Toen werd de dood mijn leven in geschoten. Al dagen protesteerden buurtgenoten tegen het opsluiten van een aantal onschuldige mensen. Soldaten kwamen als reactie onze wijk binnen en haalden onze huizen overhoop, op zoek naar de demonstranten. Ze werden in een schoolgebouw gestopt waar ze werden gemarteld. We hoorden het geschreeuw, Daarna was het stil. Toen we een paar uur later de straat op durfden, zagen we hun lijken liggen. Ik herkende de groenteboer, een vriend van mijn broer en de buurman. Sommigen waren doodgeschoten, bij anderen was de keel doorgesneden.”
Journalist ,,De oorlog had veel invloed op mij, ik werd een gesloten meisje. Voorheen keek ik het leven in de ogen, nu richtte ik mijn blik niet meer omhoog, bang om met de dood geconfronteerd te worden. Mijn gevoelens kon ik niet meer uiten met woorden. Huilbuien werden mijn vriend.”
Besan pauzeerde en voelde dat ook nu de tranen over haar wangen stroomden. Ze was in paniek. De herinneringen waren zo levendig, ze sneden door haar ziel.
,,Van het regime mochten wij niet weten wat er aan de hand was. Maar vragen stellen zit in mijn bloed, mijn vader is ook journalist geweest. Ik ben mensen gaan interviewen, wilde weten wat er in mijn land gebeurde.”
,,Ik schrok toen ik achter de waarheid kwam. Ik begreep dat mijn leven was gebaseerd op een leugen. Het was net alsof ik naar de tandarts ging en erachter kwam dat mijn kies van binnen volledig was verrot. We vertelden in Syrië aan elkaar dat we in een vrij en modern land leefden, maar dat was niet zo. Mensen die tegen het regime protesteerden werden gevangen genomen en vermoord.
Ik vond het mijn plicht om die verhalen op te tekenen. Ik wilde de wereld vooral laten zien wat de oorlog met de bevolking deed.
Het werk was gevaarlijk, maar niets doen was geen optie. Ook onschuldige burgers werden vermoord. Je kon maar beter het verschil willen maken en dan overlijden, vond ik.
Het ging lang goed, tot die ene dag. Een van mijn collega’s werd
gearresteerd. Ik had vaak over arrestaties geschreven dus ik wist wat er met hem ging gebeuren. Hij zou gemarteld worden en uiteindelijk vermoord. Ik heb er dagenlang bijna niet van geslapen. En als ik sliep, had ik nachtmerries. Een paar dagen na de arrestatie kregen de ouders van mijn collega zijn identiteitskaart opgestuurd. Dat was het teken dat hij was omgebracht.
Ik heb gehuild. Gehuild om de dood van mijn vriend. En omdat ik wist dat mijn laatste dagen in Syrië waren geslagen. Ik zou de volgende kunnen zijn en moest vluchten. Toen ik dat aan mijn ouders vertelde, waren ze ontroostbaar. Op de dag dat ik vertrok, zag ik mijn vader vechten tegen de tranen. Dat beeld breekt nog steeds mijn hart. Familie is als een tweede huid voor mij. Ik hoop dat ik ze ooit terugzie.”
Besan was richting de zee gelopen. Ze begon hem te vertrouwen. De zee was net als zij een schepsel van Allah. Ze had het idee dat hij naar haar luisterde.
,,Ik ben naar Egypte gevlucht waar ik als journalist heb gewerkt. Maar ook in Egypte werd het onveilig. Bevolkingsgroepen bevochten elkaar. Egypte begon op Syrië te lijken.
Vrienden die ik daar heb ontmoet stelden voor om naar Europa te
vluchten. Ik wilde eigenlijk niet. Ik hield van de Arabische taal en cultuur en vond dat ik als journalist juist in de Arabische landen moest blijven om daar de vrijheidsstrijd van de bevolking te verslaan.
Maar de spanningen liepen steeds hoger op. Daarnaast veranderden de wetten waardoor ik illegaal werd. Ik kon niet meer werken.”
Besan was de zee genaderd. Haar voeten raakte bijna het water. Ze twijfelde nog steeds over de bootreis, maar de twijfel bereikte haar hoofd niet meer. Besan had besloten om te stoppen met denken, want als ze zou realiseren hoe gevaarlijk haar plannen waren, zou ze terugkrabbelen. ,,Ik ben een verhalenverteller, maar vroeger werkte ik alleen om mensen gelukkig te maken met mijn artikelen. Ik begrijp nu dat mijn taak groter is. Ik heb de mogelijkheid om met een pen en mijn stem mensen aan het denken te zetten. Dat is mijn taak. En dat is wat ik daar wil gaan doen. Jij moet mij die kans geven.” Ze draaide zich om en liep terug naar het huis waar ze met de andere vluchtelingen wachtte op het moment dat ze konden vertrekken.
De overtocht Besan was na 24 uur weer terug op het strand. De reis ging beginnen. Op commando moest ze naar een klein bootje rennen die haar later naar een grotere boot bracht. Besan rende op blote voeten door het zand, later door het water. Ze voelde niets. Haar lichaam was verdoofd. De kou en nattigheid drongen pas tot haar door toen ze in de boot plaatsnam. Toen werd ze overvallen door een mix van kou, verdriet en angst en viel ze flauw. Een van haar vrienden sloeg haar wakker. Haar wangen deden er pijn van. Samen zochten ze een plekje op de boot. Daar viel ze zittend in slaap.

Toen ze wakker werd, was ieder teken van de bewoonde wereld verdwenen. Om haar heen zag ze alleen maar water.Besan voelde dat ze in paniek raakte. Wat als de boot zou zinken? Ze verbood zichzelf om zo te malen. Besan geloofde in de kracht van positief denken. Alles wat je aandacht gaf, groeide. Ze moest blijven geloven dat het goed zou komen. Zo ging ze vroeger ook met buikpijn of hoofdpijn om.
Op zee waren weinig golven waardoor de bootreis de eerste dagen
rustig verliep. Maar er was niet veel plek aan boord. Er zaten vierhonderd mensen op een boot die net zo klein was als een gemiddelde woonkamer. Besan kon haar benen niet strekken.
Veel mensen waren bang en baden wanhopig tot Allah. Besan probeerde het gejammer uit te schakelen. Samen met haar vrienden deed ze alsof ze op ontdekkingstocht waren. Ze maakten grapjes over de bedrijven die ze zouden openen in Europa, zongen samen Syrische liederen uit hun kindertijd en lazen soms de Koran. Maar voor de kust van Libië ging het fout. De zee werd onstuimig en produceerde grote golven. Ze klotsten over de reling het dek op. Iedereen die aan de voorkant van de boot zat, werd naar achteren gedrongen. Besans kleren waren doorweekt en haar schoenen werden opgeslokt door de golven. Blootsvoets moest ze op zoek naar een nieuwe plek. Ook de wind was woest, hij sneed door haar kleren heen. Besan kreeg het steeds kouder.
Uiteindelijk werd ze in onderkoelde toestand naar beneden gebracht. Daar zaten veel andere vrouwen en kinderen. Besans zintuigen werden overdonderd door de omstandigheden in het hok. Door de motoren was het er bloedheet, de pijpleiding die vanuit het toilethok naar zee liep, lekte bruine smurrie op de bankjes en het stonk er naar braaksel van de vrouwen die niet tegen de ruigheid van de zee konden.
Besan werd misselijk van de geur en gaf ook over, in een plastic zak. Het was een van de laatste zakken op de boot waardoor de leiding besloot om een groot zeil in het midden te plaatsen. Besan verloor al haar waardigheid toen ze samen met de andere vrouwen dagen achter elkaar daar hun magen in leegden. Ze spuugden elkaar ook onder, op Besans hoofddoek zat zelfs wat braaksel van een andere vrouw. ,,Wat heb ik mezelf aangedaan?”, vroeg ze zichzelf af.
Vlak daarna ging de boot nog heviger heen en weer. Vrouwen schreeuwden door elkaar. Op het dek begonnen de mannen te huilen, ze vroegen Allah hun dood uit te stellen. Ook Besan had geen kracht meer om gedachten van de dood tegen te houden.
Ze was uitgeput, had al dagen geen trek meer gehad in eten. Ze zou of verhongeren, of verdrinken dacht ze. ,,Waarom ben ik niet in Egypte gebleven?” Vlak na die gedachte zakte ze weg.

Besan zat op de bank en keek naar het Ikea-schilderij dat ze net had opgehangen. Het kwam van marktplaats, net als haar hele interieur. Er stond ‘home’ op.
Toch voelde ze zich hier niet thuis. Ze was gearriveerd in het land van de vrijheid, maar voelde zich gevangengenomen door de taal, het middel waarmee ze normaal juist de harten van mensen raakte. Ze was geen journalist maar vluchteling.
Besan dacht terug aan het moment dat ze in Europa aankwam. Het was eind juni geweest, ze hadden meer dan een week op zee gedobberd. Besan was meerdere keren weggevallen, toen een Italiaans marineschip hen had opgepikt. Het eerste wat Besan aan wal had gedaan, was een douche nemen om alle ellende van haar af te spoelen.
Vervolgens hadden zij en haar vrienden een man aangesproken die vluchtelingen voor een paar duizend euro naar alle landen van Europa bracht. Twaalf uur later stonden ze op de stoep van de IND. Een paar maanden later kreeg ze een huis in Haarlem aangeboden.
Besan liep naar beneden en pakte uit de garage haar fiets. Ze ging naar Vluchtelingenwerk Haarlem. Ze wilde weten of zij een goede Nederlandse cursus kenden. Het liefst was ze er al gisteren mee begonnen, zodat ze de Nederlanders zo snel mogelijk kon vertellen over de situatie in haar thuisland. Besan hield van Haarlem, ze herkende het oude centrum van Damascus in de rode bakstenen van de gebouwen.
Vraag Toen ze binnenkwam, maakten haar begeleiders grapjes over haar bezoek. Het was de zoveelste keer dat ze langskwam. Bijna iedere dag had ze wel een vraag. Maar de rollen waren nu ook omgedraaid. Haar begeleiders wilden ook wat van haar weten. ,,Zou je jouw vluchtverhaal aan de regionale krant willen vertellen? Ze zijn na de bootramp voor de kust van Italië op zoek naar mensen die zo’n bootreis hebben overleefd.”
Besan was overrompeld door het verzoek. Ze wilde zo graag de Nederlandse, journalistieke wereld leren kennen en het werd haar nu in de schoot geworpen. Maar ze was ook huiverig, ze wilde niet in de krant komen als zielige vluchteling. Ze had Nederland ook veel te bieden. Dat zou ze de journaliste vertellen.
Een paar dagen later kwam ze langs. De vrouw nam plaats op de bank, zette haar bandrecorder aan en stelde haar eerste vraag. ,,Waarom wil je zo graag je verhaal vertellen aan de krant?” Besan dacht diep na en lachte. Ze kreeg een inzicht. ,,Ik heb als journalist geprobeerd om verhalen op te tekenen van de gewone Syriër. Welke strijd zij voeren. Dat kan ik hier niet meer doen. Maar ik ben erachter gekomen dat mijn verhaal, hun verhaal is. Het verhaal dat je ondanks de angst om te verdrinken van je familie wegvlucht, omdat je vreest voor je leven. Dat verhaal moet verteld worden.” En ze vertelde.

Verschenen in Haarlems Dagblad

De Mandela in mij

Toen ik in groep 8 zat, hadden we het op een zonnige maandagmorgen in ons kringgesprek over helden. “Wie is jullie grote voorbeeld?” vroeg onze meester. Ik hoorde de namen Dennis Bergkamp, Britney Spears en Katja Schuurman vallen en vroeg me af of ik misschien ook een sportheld of popster moest noemen.
Ik vond dat als 11-jarige wijsneus een beetje triest. Bergkamp, Spears, wat hadden die nou bereikt? Ik wilde een andere naam noemen, iemand kiezen die echt wat had betekend. Dus toen het mijn beurt was, floepte ik de naam “Nelson Mandela’ er uit.

Ik moet heel eerlijk zijn; ik geloof niet dat ik de man echt kende. Maar ik had mijn ouders wel eens horen praten over een land in Afrika waar donkere mensen een lange tijd als ‘minder’ werden gezien en dat er een man was die daartegen had gevochten: Nelson Mandela.

Dat verhaal was blijven hangen. Ik snapte die man namelijk wel. Ik vond het idee van apartheid maar raar en gemeen. En ik vond het helemaal gemeen dat Mandela voor zijn strijd de gevangenis in moest. Eigenlijk maakte ik als 11-jarig meisje een soort slachtoffer van hem.

Ik begreep toen echter nog niet wat ik nu wel begrijp. Nu hij is overleden en zijn levensverhaal overal wordt beschreven en benoemd, snap ik dat Nelson Mandela helemaal geen slachtoffer was. En juist dat maakte hem zo groots. Dat 11-jarige meisje had helemaal gelijk, terwijl ze er eigenlijk niets van begreep.

Want Mandela is inderdaad een held, maar vooral omdat hij weigerde te buigen. Hij weigerde toe te geven aan de meningen en principes van zijn zogenoemde tegenstanders. Hij bleef zijn geduld en strijdlust bewaren om te vechten voor gelijkwaardigheid. Voor een hoger doel. Voor acceptatie van de donkere medemens.

Maar Mandela is wat mij betreft vooral een held omdat hij niet alleen in zijn hoofd weigerde te zwichten, maar vooral ook niet in zijn hart. Hij liet zijn hart niet vergiftigen door de haat van zijn zogenoemde tegenstanders.
Hij bleef liefhebben. En vanuit die liefde streefde hij naar acceptatie van de donkergekleurde mens. Nou ja, eigenlijk transformeerde hij de woorden ‘acceptatie’ tot een nog hoger goed. Hij streefde naar de eenheid van het hele Zuid-Afrikaanse volk. Blank en zwart. Geel, blauw, groen en rood.

Ik heb lang gedacht dat hij daarvoor over een enorme schaduw heen moest stappen. Dat hij zichzelf dwong om te vergeven omdat hij dat hogere doel van eenheid wilde bereiken. En ik vond dat prachtig. Zo gedisciplineerd, zelfreflectief en doelmatig. Die vergevingsgezindheid maakte hem wat mij betreft heilig.

Maar nu ik al die beelden weer opnieuw heb gezien en veel van zijn uitspraken heb gelezen, vraag ik me steeds vaker af of hij wel heeft moeten vergeven. Het lijkt er soms op dat hij tien stappen verder was. Dat hij niet eens met zijn hand over zijn hart hoefde te strijken omdat hij nooit iemand iets kwalijk heeft genomen. Sterker nog, hij zag in dat hij niet degene was die het meeste heeft geleden, maar dat de blanke machthebbers dat zelf het meeste deden. Omdat zij gevangen zaten in haat, rancune en veroordeling.

Hij niet. Hij leefde vanuit liefde, eenheid en acceptatie en daardoor was hij gelukkiger dan zijn opponenten. Beroemd zijn de uitspraken: “Een mens die een ander mens van zijn vrijheid berooft, is een gevangene van de haat, opgesloten achter de tralies van vooroordelen en kleingeestigheid”. En: “Als iemand iets goeds doet, geef dan een compliment. Als iemand iets fouts doet, bied dan je hulp aan.”

Het mooiste eraan vind ik dat die wijsheden uit hemzelf kwamen. Ik verslind altijd per jaar tientallen boeken zoekend naar antwoorden op mijn eigen levensproblemen en terwijl ik dit schrijf, ligt er ook weer een boek op mijn bureau genaamd Wat zou Boeddha doen? Maar bij Mandela kwam het vanuit zijn eigen hart. Hij had vast niet eens boeken in de gevangenis.

Net als de Boeddha verwacht Mandela vast niet dat ik zijn wijsheden en leefregels naleef, maar dat ik die in mijzelf probeer te vinden. Wat hij en Boeddha met hem waarschijnlijk het liefste hebben is dat ik op zoek ga naar dat liefdevolle, verzoenende, strijdlustige deel in mij. Eigenlijk is het heel ironisch, Mandela, mijn grootste inspiratiebron heeft mij geleerd dat ik vooral niet naar hem moet luisteren.

Verschenen op Boditv

Verstoten en berooid

Al 143 dagen is het bankje op het Leidse stationsplein zijn thuis. Berooid en aan de bedelstaf trekt het dagelijkse leven aan hem voorbij. Het leven van Mohammed Bin Talal begon als telg uit de vorige koninklijke familie van Saoedie-Arabië heel anders. Op het bankje vertelt hij zijn bizarre levensverhaal.

Dag in dag uit ziet hij op het bankje bij het station de bewoners van Leiden voorbij komen. Werkenden, scholieren en studenten op pad naar hun werk en studie. Op weg naar hun dromen en verplichtingen. Het leven van deze passanten verschilt veel met het bestaan van Mohammed Bin Talal. Hij heeft geen dromen en verplichtingen. Hij woont op straat.

Zijn leven vindt hij allesbehalve saai. “Dat denken mensen vaak, maar dat is niet zo. Ik heb heel veel aanspraak. Ik heb op dit bankje mensen van over de hele wereld ontmoet. Aziaten, Afrikanen, Zuid- en Noord-Amerikanen. Ze komen naast mij zitten en beginnen te praten.” In het Engels, want Nederlands spreekt hij niet.

Een vrouw van ongeveer 20 jaar komt op hem aflopen en geeft hem een knuffel. “Mohammed is echt een vriend van mij geworden”, vertelt ze. “Hij is niet zoals andere daklozen. Nooit dronken of onder invloed van drugs. Nee, hij is heel wijs en geeft mij altijd advies over het leven.” Ze geeft hem wat sigaretten en Mohammed bedankt haar. “Ik krijg erg veel spullen van Leidenaren. Soms hebben mensen zelf wat gekookt en brengen dat dan. Of restaurants geven mij het eten wat over is.”

Zijn stem klinkt rustig en geamuseerd en hij komt intelligent en sociaal over. Maar Mohammed heeft ook een andere kant. Dat blijkt als hij zijn bijzondere levensverhaal uit de doeken doet.

“Mijn opa was de laatste prins van de Al-Rasheed familie. Wij waren de heersers van een groot gedeelte van Saoedi-Arabië, ongeveer 60% van wat het land nu is. In 1921 is de stad van waaruit wij regeerden aangevallen door Ibn Saoed, de stichter van het huidige Saoedi-Arabië. We zijn tot een overeenkomst gekomen. Wij hielden ons geld, zij kregen de macht.”

Maar de vijandschap tussen de twee families verdween niet, ook al werden er gemengde huwelijken gesloten om de relatie te verbeteren. Hij graait tussen de vier jassen die hij draagt op zoek naar een pen om zijn familiestamboom te tekenen. “Mijn tante was één van de vrouwen van koning Ibn Saoed. Haar zus trouwde één van de zonen van diezelfde koning. De man was een kind van een andere vrouw. Uit dat huwelijk zijn twee jongens geboren. Eén van hen heeft in 1975 de derde koning van Saoedi-Arabië vermoord.”

Gevangenis Mohammeds stemming verandert als hij het over zijn familiegeschiedenis heeft. Stonden zijn ogen net nog vriendelijk, nu kijkt hij boos. “Mijn vader is toen gevangen genomen. Hij was niet betrokken bij de aanslag, maar hij wist er wel van en heeft er niets aangedaan. Hij heeft een jaar vast gezeten. Na zijn vrijlating is zijn paspoort afgenomen. En ook dat van mij. Ik was toen zeven jaar. We zijn naar Irak gevlucht. Daar heb ik tot 1988 gewoond. We kregen een Iraakse identiteitskaart. Daarna ben ik naar Amerika gegaan om mijn bachelor politicologie te halen.”

In 1995 belandde hij voor de master ‘Social Communication’ aan de Universiteit aan Amsterdam. “Ik ben vervolgens in Leiden terechtgekomen op uitnodiging van een vriend die ik in de jaren erna uit het oog ben verloren. Toen ik de stad zag, wilde ik niet meer weg. Alles is hier leuk. De mensen, de grachten, de huizen.” Hij had ondanks de dramatische gebeurtenissen in Saoedie-Arabië en de oorlog in Irak een aangenaam leven in Leiden. Totdat hij erachter kwam dat het familiefortuin was verdwenen van zijn Zwitserse bankrekening. Er was nog wel wat aan geld. Maar dat ging omdat hij gewend was te leven in hotels, snel op.
En nu zit de prins dus elke dag op dat bankje voor Leiden Centraal. Familieleden bevestigen zijn verhaal. Dat hij op straat leeft, wisten ze echter niet. Ze bieden hem direct hulp aan. Maar die hulp wil hij niet aannemen.

“Het is een egokwestie. Ik wil niet dat mensen mij helpen. Het voelt alsof ik dan hun gevangene word. Dat ik iets terug moet doen.” Hij wijst op zijn boodschappentas die vol zit met koekjes, pakjes drinken en chocolade. “Natuurlijk krijg ik nu ook vaak dingen van mensen. Dat komt uit hun hart. Ik hoef daar niets terug te doen.”

Die trotse houding bezorgt hem ook veel problemen. Na het verlopen van zijn studentenvisum vroeg hij nooit een verblijfsvergunning aan in Nederland. Een paspoort heeft hij ook niet. En zijn Iraakse identiteitskaart verviel na de val van de regering van Saddam Hoessein. Omdat hij dus illegaal in Nederland verblijft, belandde hij de afgelopen jaren meerdere malen in de gevangenis. In 2005 en van 2009 tot 2012 zat hij vast. In 2012 wilde de Saoedische ambassade een gesprek met hem, dat op niets uitliep. Ze wilden zijn papieren om terug te keren naar zijn vaderland niet verstrekken. “Ze zagen, denk ik, in mijn ogen waar wij, Bin Talals, toe in staat zijn.” Hij refereert aan de bloedige familiegeschiedenis. “Ook onderling hebben mijn familieleden elkaar vermoord. Het is onderdeel van het leven. Het koninklijke leven.” Mohammed is volgens de IND niet de enige illegaal in Nederland die niet terug mag naar zijn vaderland, maar de Immigratie en Naturalisatie Dienst wil niet ingaan op individuele gevallen zoals Mohammed.

Mohammed houdt de Saoedische regering verantwoordelijk voor de ellende in zijn leven. ,,Ze hebben jarenlang geprobeerd om ons klein te krijgen.” Zijn opsluiting in de vreemdelingenbewaring ziet hij als een pact tussen de Nederlandse regering en de Saoedische autoriteiten. ,,Nederland heeft zakelijke belangen daar, dus proberen ze mij ook kapot te maken. Dat is wat de Saoedische autoriteiten willen.”

Na zijn verblijf in de gevangenis heeft hij nog een tijd in hotels gewoond. In juni van dit jaar was het geld op en belandde hij op straat. “Ik kan als illegaal niet werken. Dus nu zit ik hier op dit bankje, al 143 dagen. Ik weet dat zo precies omdat ik de dagen tel, gewoon voor mijn plezier.” Hij moet lachen om zijn gewoonte. Het leven op het bankje bevalt hem op een rare manier ook wel. ,,Ik draai rond in cirkeltjes. Mijn toekomst ligt in de handen van anderen. Daarom blijf ik hier gewoon zitten. Het maakt mij ook niet meer uit. Ik heb al zoveel overleefd. Ze krijgen mij niet klein.”

Verschenen in de kranten van Holland Media Combinatie

Ik ging nooit op voetbal

Ik ging nooit op voetbal.

Ik had het hele team van Ajax boven mijn bed hangen en ik kende alle namen. Winston Bogarde, Frank de Boer, Marc Overmars, Edgar Davids. De Champions League-finale keken we in de klas. Ik viel mijn klasgenootjes in de armen toen we wonnen. Ik had zelfs ooit een brief geschreven naar Patrick Kluivert en een kaart met handtekening teruggekregen. Schoolvoetval vond ik fantastisch. Ik was lang en sterk en beukte die ukkies zo het veld af. Maar ik ging nooit op voetbal.

Ik ging nooit naar de toneelschool om kleinkunst te studeren.

Ik zong onder de douche mijn zelfverzonnen tienerfrutsels en trad met knikkende knieën op, op het open podium van mijn middelbare school. Ik keek naar Hans Teeuwen, Youp van ’t Hek, Theo Maassen maar vond die allemaal wel erg grof. Ik kende de fijne grappen van Claudia de Breij, Yentl en de Boer, Kiki Schippers of Louise Korthals niet. Natuurlijk waren er ook vrouwelijke cabaretieres, maar ze kregen niet zo’n groot podium dat ik hen leerde kennen. Ik ging nooit naar de toneelschool om kleinkunst te studeren.

Ik ging nooit de politiek in.

Ik hou van debatteren. Ik hou ervan te strijden voor je idealen. Ik bleef net zo lang doorzeuren bij mijn familie met feiten en toonde zo vaak zielige plaatjes van dieren dat ze (deels) vegetariër werden. Ik hou ervan om de wereld te veranderen, om verantwoordelijkheid te nemen voor moeilijke onderwerpen. Op 10-jarige leeftijd keek ik hoe Rosenmöller en Kok met elkaar debatteerden voor de Tweede Kamerverkiezingen en ik bleef gefascineerd voor de tv hangen. Ik heb het debat uitgekeken, ook al was ik alleen thuis. Toch ging ik nooit de politiek in.

Ik ging op atletiek.

In 1992 won Ellen van Langen een gouden medaille op de 800 meter. Mijn moeder zat huilend op de bank. Mijn grote zus wilde meteen rondjes door de kamer rennen. In mijn tienerjaren legde ik al mijn energie in mijn atletiekcarrière. Ik trainde vier keer per week en deed in het weekend mee met wedstrijden. Ik zou de nieuwe Ellen van Langen van het hoogspringen worden, althans, dat wilde ik. Blessureleed voorkwam dat (en misschien wat gebrek aan talent). Maar ik ging op atletiek.

Ik ging journalistiek studeren.

Ik zag Sonja Barend en Clairy Polak geïnterviewden doorzagen. Ik zag ze vragen stellen die anderen niet stelden en antwoorden lospeuteren die mensen eigenlijk niet wilden geven. Ik zag ze invoelen en gasten op hun gemak stellen om hen belangrijke menselijke verhalen te laten vertellen die Nederland moest kennen. Ik ging journalistiek studeren.

Als je op cruciale momenten in je leven tegen mensen op kan kijken, maak je andere keuzes. Voorbeelden inspireren en zetten aan om jezelf te worden. Ze laten je in dingen geloven, laten je je eigen grenzen oprekken oftewel; maken je een rijker mens. In de 29 jaar die ik hier rondloop, waren al mijn voorbeelden vrouwen. Ja ik kan enorm veel ontzag hebben voor Jeroen Pauw, Maarten van Roozendaal, Frank de Boer (politicus wie jongens?;)) maar worden zoals zij, wilde ik nooit. Ik heb me nooit met hen geïdentificeerd.

Ik ging pas op mijn 27e cabaret studeren. Aan de cabaretopleiding, toen ik ontdekte dat Claudia de Breij, Louise Korthals en Kiki Schippers bestonden. En ik weet nog het moment dat ik in het theater zat en dacht ‘maar zo wil ik eigenlijk ook wel zijn’. Nu Marianne Thieme in de Tweede Kamer zit denk ik opeens ‘misschien zou ik dat ooit ook wel willen doen’. Als Eva Jinek op tv schittert, gaat mijn journalistenhart harder kloppen en droom ik van mooie vraaggesprekken. Als ik een boek van Susan Smit lees, hoop ik dat ik ooit ook met mijn woorden mensen kan betoveren.

Gisteravond zat er ergens in Nederland een meisje voor de tv dat ooit de nieuwe Lieke Martens zal zijn. Zondag inspireert Dafne Schippers hopelijk duizenden meisjes om op atletiek te gaan. Mijn wens is dat alle meisjes hun juiste voorbeeld mogen vinden en dat de maatschappij hen daarbij helpt. Dat niet alleen mannen het podium krijgen die ze natuurlijk ook verdienen. Misschien kunnen we daar ooit een Sire-reclame voor maken.

En ik hoop met heel mijn hart dat ik ooit een klein meisje mag inspireren om haar eigen talent te volgen.

fb_icon_325x325Volg mij op Facebook

Onfunctionele blote tepels

Ik ben nooit echt vies van een beetje vrouwelijk bloot; vrouwen mogen van mij hun lichaam laten zien. Ik huppel graag met een kort rokje door de stad en dat doe ik echt niet alleen voor de winkelruit. En een beetje inkijk vind ik een expressie van mijn vrouwelijkheid.
Maar toen ik keek naar de clips van Rihanna en Miley bekroop me een gevoel van onpasselijkheid. Ik zag ronddraaiende tongen, schuddende billen en kronkelende heupen; het leek wel alsof ik naar een pornofilm zat te kijken.

Ik vroeg mezelf af waarom ik me er zo aan stoorde. Was dit niet ook gewoon een vrijwillige keuze? Een expressie van hun vrouwelijkheid? Waarom voelde het zo ongemakkelijk aan?

Normaal gesproken ben ik namelijk niet zo moeilijk met blote benen en borsten. Sterker nog, ik vind het volstrekt belachelijk dat veel mensen in mijn omgeving moeilijk doen over Carice die naakt door het beeld hobbelt, terwijl diezelfde mensen iedere avond op tv naar zeer gewelddadige series kijken, zonder zich af te vragen wat voor invloed dat op hen heeft. Of dat naaktlopen verboden is in Nederland, maar dat wij het steeds normaler vinden dat er honderdduizenden mensen rondlopen met bontkragen op hun jas. Hoe kan het nou toch dat de dingen die gebaseerd zijn op ‘liefde, vrijheid, lust en plezier’ het verliezen van de dingen die zijn gebaseerd op ‘haat, misbruik, moord en vernietiging’?

Ik ben daarom eigenlijk een voorvechter van nog meer blote tepels op televisie. Ik hou wel van Carice d’r lichaam. Vooral in de zogenaamde ‘onfunctionele naaktscènes’.  Van naaktscènes die totaal nergens op slaan. Van je tandenpoetsen in je evakostuum bijvoorbeeld.

Ik hou ervan omdat het zo volstrekt normaal is. Omdat iedereen het thuis doet. Ik zou zo graag willen dat die nutteloze scènes ook in Hollywood films voorkomen. Dat George Clooney de planten water geeft in zijn nakie.

Het gebeurt alleen niet. In Hollywood wordt naakt alleen een heel klein beetje getoond tijdens vrijscènes. Maar daardoor geeft ze het lichaam onbedoeld maar 1 functie; die van seks. En volgens mij is dat in het preutse Hollywood nou net niet de bedoeling.

In het Midden-Oosten maken ze zelfs een nog grotere fout. Omdat de seksuele opwinding die het vrouwelijk lichaam kan bezorgen, ook daar blijkbaar zwaarder weegt dan al die andere functies van het lichaam, bedekt ze haar volledig. Daarmee wordt de boerka in mijn ogen symbool van het seksisme.

Dat voelt ongemakkelijk. En ik begrijp nu dat ik dat ongemakkelijke gevoel ook had toen ik naar Rihana en Miley Cyrus zat te kijken. Zij lijken in de clips ook alleen te willen zeggen dat het lichaam een lustobject is. Het enige verschil met het Midden-Oosten is dat de zangeressen dat nou juist wel willen zijn en de moslims nou juist net niet.

Maar ons lichaam is zoveel meer.  Zonder lichaam kunnen we niet genieten van de warme zon op onze huid, van de kriebels in onze buik als we verliefd zijn, van dat warme bad na die harde plensbui, van die maaltijd die zo goed heeft gesmaakt enz.

We doen te moeilijk. Natuurlijk is seks een onderdeel van ons lichaam. Is een been soms een middel om te verleiden en is een tong er gelukkig ook om iemand te bekoren. Maar we verliezen ons nu te veel in extremen.

Een lichaam is iets wat iedereen heeft. Iets wat je elke dag in de spiegel tegenkomt. Wat mij betreft is je blootje, gewoon je blootje.

Klaar met de klimaatkoorts

Klimaatvoorvechters en klimaatsceptici vechten elkaar al jaren de tent uit. Iedere week komt er wel een rapport uit wat het standpunt van de ene groep of de andere groep ondersteunt. Maar ik ben het touwtrekken tussen klimaatbollebozen een beetje zat.  Er zijn namelijk andere problemen die opgelost moeten worden.

Want de aarde is sowieso ziek. Dat kunnen de waterdoktoren, de luchtdoktoren, de biodiversiteitdoktoren stuk voor stuk bevestigen. De planeet is vergiftigd, uitgedroogd, misbruikt en uitgeput; ze heeft echt niet alleen maar koorts.

En we moeten dat gaan inzien. We moeten inzien dat het kappen van de oerwouden niet alleen erg is omdat de aarde er sneller door opwarmt, het is ook erg omdat daardoor de biodiversiteit naar de knoppen gaat en zo onze voedselzekerheid wordt verminderd.

Het feit dat er zoveel dieren hutjemutje staan te stinken in een stal, zorgt er inderdaad voor dat er veel broeikasgassen worden uitgestoten, maar zorgt er ook voor dat er veel antibiotica wordt gebruikt. Daardoor wordt ons vlees en ons drinkwater vervuild en dat maakt ons uiteindelijk resistent voor een levensreddend middel als antibiotica.

De uitstoot van auto’s draagt misschien bij aan de opwarming van de aarde, maar zorgt er vooral voor dat er steeds meer longpatiënten bijkomen. En de kosten van de gezondheidszorg rijzen al de pan uit.

Het feit dat de zeespiegel gaat stijgen is problematisch, maar het feit dat de zee volzit met kleine plastic deeltjes, medicijnresten en zware metalen is nu al een probleem. Omdat we daardoor langzaam maar zeker vergiftigd worden door de vis die wij eten.

Maar we zien het niet. Niet echt. Doordat wij ons zo focussen op één probleem, vergeten we de andere ziektesymptomen. En daarmee vergeten we dat de algehele conditie van de planeet niet alleen zorgelijk kan worden, maar dat hij dat al is. Dat de patiënt op korte termijn al aan het infuus moet.

We moeten daarom de lange termijn los gaan laten. Want ‘lange termijn’ staat vaak gelijk aan Sint-Juttemis. Kijk naar de hoeveelheid pensioenen die jonge ZZP’ers hebben afgesloten en je begrijpt het probleem.

Laten we ons focussen op kortetermijnproblemen. De lucht moet gezuiverd, de zeeën moeten schoon, het aantal varkensstallen moet minder en de biodiversiteit moet weer worden verbeterd.

En mocht dat allemaal lukken, dan zou het wel eens zo kunnen zijn dat we tegelijkertijd het klimaatprobleem oplossen. Want iedere dokter weet dat wanneer alle andere lichamelijke klachten zijn verholpen, de koorts vanzelf zal zakken.

Pest de regering en red de wereld

Vandaag heb ik besloten een maand lang de regering te pesten. Ik doe namelijk mee aan de Buy Nothing New-Maand en koop daarom komende 30 dagen helemaal niets nieuws. Ik upcycle, leen, ruil en maak mijn benodigde spullen wel.

De oerwouden zijn er blij mee. Maar ik zie de hoofden van Dijsselbloem en Rutte al voor me als ik ze dit zou vertellen. ‘Oh nee, daar gaat onze crisisaanpak.’

Want volgens onze regering is het antwoord op de crisis ‘consumeren’,  ‘consumeren’ en nog eens ‘consumeren’. Dan zou de economie wel weer gaan groeien.

Volgens veel journalisten geeft deze kleine samenvatting de visieloosheid van Rutte weer. Voor mij is het beleid vooral één groot raadsel. Rutte probeert namelijk een crisis op te lossen door een andere te verergeren.

Namelijk de milieucrisis. En gek genoeg heb ik daar nog geen journalist of oppositielid op het Binnenhof over gehoord (al kan het natuurlijk zo zijn dat ik heb zitten slapen).

Het valt mij überhaupt op dat ‘economie’ en ‘milieu’ in de media en in Den Haag twee verschillende dingen zijn, terwijl ze toch echt in elkaar overlopen. Ik heb bij een persconferentie nog nooit iemand horen vragen; ‘zeg meneer Rutte, meer consumeren: is dat wel zo’n goed idee voor het behoud van de aarde?’

Sterker nog, ik heb de vraag bij Nieuwsuur weleens aan de vergadertafel geopperd en kreeg vervolgens een uiterst verbaasde eindredacteur over mij heen. ‘Economische groei hebben we altijd nodig en we moeten altijd blijven consumeren. Dus dat is geen verhaal voor een item.’ De man keek me aan alsof ik gek was.

Ik snapte die mening toen niet, ik snap het nu nog steeds niet. Journalisten zijn waakhonden; ze moeten politici controleren. Alles wat in Den Haag wordt gecreëerd, alle wetten die ze daar aanmaken en besluiten die ze daar nemen, moeten door journalisten onder een grote loep worden gelegd. Het economische systeem wordt voor een groot deel gecreëerd door politici. Ik vind het dus de taak van de journalistiek om ook dat te controleren. Vooral omdat de gitzwarte consequenties van dit systeem al jaren zichtbaar zijn.

En daarom ben ik zo blij met De Buy Nothing New-maand. De initiatiefnemers doen die controle wel. Niet door te vragen, maar door te doen. Ze kleuren buiten de lijntjes van dit systeem. Voor hen is niet consumeren, maar consuminderen de oplossing van de crisis.

Vragen

Vragen zijn de eerste stap van groei. Door te vragen worden dogma’s, waarheden en innerlijke overtuigingen iedere keer opnieuw uitgedaagd. Vooral de vragen ‘zou het niet anders kunnen?’ en ‘klopt het wel echt wat hier wordt beweerd?’ hebben ons veranderd van holbewoners in moderne mensen. Vragen zijn de zaadjes van een nieuwe wereld.

Lees verder Vragen